Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/8.1:8.1 Inleiding
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de bespreking van het concept formal testimony § 3.3.2
De wetgever heeft in het algemeen kader aangekondigd een aparte titel te willen creëren in boek I van het Wetboek van Strafvordering voor de getuige. Kamerstukken II 2003/04, 29 271, nr. 1, p. 7 en 22.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gedurende het gehele strafproces zijn er personen die informatie verschaffen aan justitie ten behoeve van de opsporing en de bewijsbeslissing in de vorm van het afleggen van een verklaring. Bij verklaringen gaat het in de kern om beweringen over de werkelijkheid, waarbij de persoon die van de bewering kennisneemt wordt uitgenodigd om de inhoud van die bewering als ‘waar’ aan te nemen op grond van de informatiepositie waarover de declarant beschikt. Verklaringen zijn ten behoeve van het bewijsgebruik in het strafproces altijd in meer of mindere mate geformaliseerd, in de zin dat beperkingen worden aangebracht gelegen in de inhoud van de bewering en in de hoedanigheid van de persoon die de bewering doet.1 In dit onderzoek staan de verklaringen van getuigen centraal. De rol die getuigenverklaringen spelen in het proces van waarheidsvinding is in het vorige deel al uitvoerig aan de orde geweest. Nadere uiteenzetting van het begrip ‘getuige’ en de wijze waarop vanuit het Nederlandse strafvorderlijk stelsel tegen de hoedanigheid van de getuige wordt aangekeken, is echter tot dusver nog achterwege gebleven.
In dit hoofdstuk wordt meer in detail aandacht besteed aan de hoedanigheid van de getuige: wie is hij en hoe is zijn positie in het Nederlandse strafproces genormeerd? Aangezien het getuigenbegrip zelf niet in het Wetboek van Strafvordering is omschreven, wordt voor de invulling van het begrip getuige gekeken naar artikel 342 lid 1 Sv waarin is aangegeven wat – met het oog op het bewijsgebruik – onder een ‘verklaring van een getuige’ moet worden verstaan. De in dit artikel neergelegde omschrijving biedt weliswaar een aanknopingspunt om het Nederlandse getuigenbegrip nader in te vullen dan wel af te bakenen, maar het Nederlandse getuigenbegrip kan niet volledig vanuit deze omschrijving worden gedefinieerd. Zoals hierna duidelijk zal worden, is het niet mogelijk om in één definitie zowel aan de inhoudelijke als aan de processuele aspecten van het getuigenbegrip recht te doen. Bij het toekennen van de status van getuige aan personen die een voor het strafproces relevante waarneming hebben gedaan, zijn inhoudelijke en processuele gezichtspunten nu eenmaal sterk met elkaar verweven. De functie van dit hoofdstuk is derhalve niet uitsluitend gelegen in een verheldering op begripsmatig niveau ten behoeve het verdere vervolg van dit onderzoek, maar de in dit hoofdstuk neergelegde analyse is ook bedoeld om vooruit te kijken met het oog op de een eventuele wetgevingsoperatie waarin de processuele positie van de getuige in een eigen titel in het Wetboek van Strafvordering wordt vastgelegd.2
De opbouw van dit hoofdstuk is als volgt. Allereerst zal worden ingegaan op het begrip getuige naar normaal taalgebruik (§ 8.2), waarna aandacht wordt besteed aan het gejuridiseerde begrip getuige (§ 8.3). Nadat is uiteengezet aan welke personen in de Nederlandse procestraditie de status van getuige toekomt, zal de verhouding tussen de getuige en andere procesdeelnemers aan bod komen. Daarbij wordt gekeken waarin de inbreng van getuigen zich onderscheidt van hetgeen de overige informanten in het Nederlandse strafproces (mogen) inbrengen (§ 8.4). In dit verband wordt tevens ingegaan op de wijze waarop de hoedanigheid van getuige kan samenvallen met andere hoedanigheden, zoals die van verdachte, slachtoffer en deskundige. Vervolgens zal kort worden stilgestaan bij de processuele positie van de getuige (§ 8.5). Tot slot zal worden ingegaan op de toenemende differentiatie in hoedanigheden waarin getuigen in het Nederlandse strafproces kunnen optreden (§ 8.6).