Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/3.7.1
3.7.1 Begripsbepalingen
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS385625:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hiermee wordt uitvoering gegeven aan art. 10 lid 3 Richtlijn inzake elektronische handel
De in de begripsomschrijving van art. 6:231 sub a BW opgenomen woorden 'een of meer' maken duidelijk dat algemene voorwaarden niet per se groepsgewijze voorkomen; ook één op zichzelf staand standaard beding kan een algemene voorwaarde zijn.
Omdat de voorwaarden voor meermalig gebruik moeten zijn bestemd, spreekt men vaak van 'bestemmingscriterium'. Indien de brancheorganisatie NLII' de hantering van de 'Algemene Voorwaarden voor Internet Providers' aan haar leden zou voorschrijven of aanbevelen, is het duidelijk dat de voorwaarden bestemd zijn om in een (groot) aantal overeenkomsten te worden opgenomen. Hierbij kan worden opgemerkt dat het hanteren van van een brancheorganisatie afkomstige algemene voorwaarden onder afdeling 6.5.3 valt, ook als het door een niet-lid of op incidentele basis geschied.
Aan kernbedingen wordt in hoofdstuk 4 paragraaf 42 'Kernbeding en algemene voorwaarden van isP-overeenkomsten' aandacht besteed.
Zie Stuurman 2000, p. 145-150.
In art. 6:231 BW zijn de begripsbepalingen van de algemene voorwaardenregeling neergelegd. In de Aanpassingswet inzake elektronische handel is in art. 6:231 sub a BW het woord 'schriftelijke' geschrapt.1 De definitie van algemene voorwaarden wordt hiermee aangepast aan een elektronische omgeving: algemene voorwaarden kunnen ook elektronische bedingen zijn. Algemene voorwaarden zijn een of meer bedingen2 die zijn opgesteld teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen,3 met uitzondering van bedingen die de kern van een prestatie aangeven, voorzover deze laatstgenoemde bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd.4 De gebruiker, degene die algemene voorwaarden in een overeenkomst gebruikt, is in dit geval de ISP (art. 6:231 sub b BW). De wederpartij, degene die door ondertekening van een geschrift of op andere wijze de gelding van de algemene voorwaarden heeft aanvaard, is de klant van de ISP (art. 6:231 sub c BW). Uit de begripsbepaling blijkt dat een ISP elektronische algemene voorwaarden in de 5P-overeenkomst met zijn klant kan gebruiken. De vraag is nu hoe deze elektronische algemene voorwaarden op afstand van toepassing kunnen worden verklaard.5