Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/9.3.8.3:9.3.8.3 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/9.3.8.3
9.3.8.3 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS609050:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Loonbelasting / Artiesten, beroepssporters en buitenlandse gezelschappen
Loonbelasting / Inhoudingsplichtige
Loonbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien ongehuwde samenwoners er niet voor hebben gekozen om elkaars ‘partner’ in de zin van art. 1.2 Wet IB 2001 te zijn, worden de door hen gehouden belangen niet samengeteld voor de beoordeling of is voldaan aan de 33'/3%-grens. De regeling van art. 29 lid 4 Uitv.reg. LB 2001 is hierdoor niet neutraal ten aanzien van de gekozen samenlevingsvorm.
De bepaling van art. 29 lid 4 Uitv.reg. LB 2001 is ook niet neutraal ten aanzien van de rechtsvorm, omdat zij uitsluitend geldt voor aandelenvennootschappen.
Het 33'/3%-criterium in art. 29 lid 4 Uitv.reg. LB 2001 kan als een scherpe norm worden beschouwd, omdat het aanknoopt bij het geplaatste aandelenkapitaal. Op basis van de antimisbruikfunctie van het verbondenheidsbegrip acht ik dit niet logisch. Een materieel-economische benadering zou meer flexibiliteit bieden om het ongewenste gebruik van de fiscale faciliteiten tegen te gaan.