De geschillenregeling ten gronde
Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VI.3.2:VI.3.2 De bijzondere betekeningsregels
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VI.3.2
VI.3.2 De bijzondere betekeningsregels
Documentgegevens:
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS382177:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de procespositie van de vennootschap § 111.4.
De OK vermeldde dat niet bleek dat was voldaan aan het bepaalde in art. 997a lid 1 Rv, maar liet consequenties achterwege, zie OK 24 februari 1995, n.g. (Peeters), ro. 1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 997a Rv staan additionele voorschriften voor de procedurele gang van zaken van de vorderingen van art. 2:336, 2:342 en 2:343 BW. Nu de vennootschap geen partij is bij de procedure, maar haar belangen wel in het geding zijn, bepaalt art. 997a lid 1 Rv dat de eiser onverwijld een afschrift van het exploit van de dagvaarding aan de vennootschap betekent.1 Laatstgenoemde moet vervolgens de overige aandeelhouders die niet betrokken zijn, op de hoogte stellen. Lid 2 vereist dat binnen twee weken na de betekening (van lid 1) een schriftelijke kennisgeving van de inhoud van de dagvaarding aan de niet gedagvaarde aandeelhouders wordt gezonden. De aandeelhouders kunnen zich vervolgens eventueel voegen, zie art. 2:341 lid 1 en 2:343 lid 3 BW. Tot slot is in lid 3 een taak voor de griffier weggelegd. Ieder vonnis wordt niet alleen aan partijen, maar eveneens aan de vennootschap gezonden.
De eisende aandeelhouder draagt er zorg voor dat zodra het eindvonnis van art. 2:340 lid 1 BW onherroepelijk is geworden, een afschrift ervan aan de gedaagde en de vennootschap betekend wordt. Vanaf het moment van betekening gaan de termijnen van art. 2:341 lid 1 en 2:343 lid 3 BW lopen. De aandelen moeten binnen twee weken geleverd en aanvaard zijn.
Overigens lijkt een eisende aandeelhouder ongestraft weg te kunnen komen indien hij niet voldoet aan de verplichtingen uit art. 997a Rv.2
Ik pleit ervoor art. 997a Rv te verplaatsen naar de afdeling van de geschillen-regeling. Alle regels staan dan overzichtelijk bij elkaar. Met haar eigen procesrechtelijke bijzondere bepalingen in boek 2 BW zou de geschillenregeling geen buitenbeetje zijn. Integendeel, zowel de enquête- als ook de uitkoopprocedure kennen hun eigen stramien. In deze procedures wordt niet naar een speciale bepaling in het burgerlijk procesrecht verwezen, maar zijn alle regels vervat in de afdeling respectievelijk het wetsartikel. Dit acht ik omwille van de duidelijkheid voor de geschillenregeling wenselijk.3
Indien de geschillenregeling een verzoekschriftprocedure zou worden (zie § VI.2.3) dan kunnen de meeste betekenings- en kennisgevingsregels uit art. 997a Rv vervallen. De vennootschap en de overige aandeelhouders hebben dan de mogelijkheid om als belanghebbende in de procedure op te komen. Ik verwijs naar de concluderende paragraaf van dit hoofdstuk.