Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.6.3.1:4.2.6.3.1 Richtlijn(historie)
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.6.3.1
4.2.6.3.1 Richtlijn(historie)
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291092:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
J.J. van Hees, Leasing (diss.), Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1997, p. 1.
Vgl. conclusie A-G Jacobs 22 februari 2001, zaak C-326/99, BNB 2002/396, punten 74-75 (Stichting Goed Wonen I).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De facultatieve gelijkstelling van bepaalde rechten op onroerende goederen in art. 15 lid 2, onderdeel a Btw-richtlijn lijkt, zoals in paragraaf 4.2.6.2 is aangegeven, te zijn bedoeld voor lidstaten met een common law rechtssysteem en, meer specifiek, voor de (langdurige) leasing van vastgoed. Uit de tekst van art. 15 lid 2, onderdeel a Btw-richtlijn volgt dat niet alle, maar bepaalde rechten op onroerend goed door de lidstaten gelijkgesteld kunnen worden met het onderliggende onroerend goed. Ervan uitgaande dat deze bepaling betrekking heeft op de leasing van vastgoed is dit ook te verklaren. Het begrip ‘leasing’ heeft geen vastomlijnde betekenis.1 Leasing van onroerend goed kan een recht zijn dat meer omvattend is dat een zakelijk gebruiksrecht op een onroerend goed in lidstaten met een civil law rechtsysteem, maar het is net zo goed mogelijk dat het een recht betreft dat lijkt op verhuur in lidstaten met een civil law rechtssysteem.2 In het eerste geval is een gelijkstelling met het onderliggende vastgoed op grond van het beginsel van de fiscale neutraliteit gerechtvaardigd, in het tweede geval niet. Vanwege de variëteit van de situaties waarin sprake is van de leasing van onroerend goed is het derhalve logisch dat art. 15 lid 2, onderdeel a Btw-richtlijn beperkt is tot bepaalde rechten op onroerend goed.