Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/3.6.2
3.6.2 Selectie
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS594952:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hodges 2001, p. 73.
Onder andere in Re Benzodiazepine Litigation (lan Kennedy J, 25 mei 1995), AB & Others v John Wyeth & Brother Limited (1996), 7 Med LR 267, p. 288-9, AB & Others v John Wyeth 7 Brother Limited (1997), 8 Med LR 57, CA 66 Stuart-Smith LJ.
In PD 2.2.
Rule 19.13 (c).
Gelijk te stellen met rampenschade en gefixeerde massaschade.
Guidelines art. 17.
Guidelines art. 27-31.
Access to Justice Act 1999, ss 1, 4. Hodges 2001, p. 2
Dat is een aanbestedingsvorm. Voor de verschillende contractvormen zie Hodges 2001, p. 74.
Achttien: Hodges 2001, p. 514-5, Mildred 2000, p. 413.
Het Panel is geïntroduceerd op verzoek van de Lord Chancellor op 1 februari 1999: Hodges 2001, p. 514, 540-3.
Er zijn acht criteria waaraan een kantoor dient te voldoen om lid te worden van dat Panel. Zo dient een kantoor in het bezit te zijn van een 'franchise' van de CLS en betrokken te zijn geweest bij ten minste drie multi-party actions in de laatste vijf jaar. Ervaring met complexe 'high value litigation' ook buiten de context van multi-party actions strekt tot aanbeveling. Verder dient het kantoor te beschikken over voldoende administratief en fee-eaming personeel om multi-party actions te begeleiden en of voorzieningen te hebben getroffen om hulp van buiten in te roepen mocht dat nodig zijn. Het beschikken over de nodige logistieke faciliteiten zoals intemetverbinding, een toegankelijke site en e-mail is noodzakelijk, evenals bewijs voor de, onder andere financiële, stabiliteit van het kantoor. Hodges 2001, p. 191, 541-3.
Mildred 2000, p. 457 legt een en ander uit. Ik laat hier eventuele mededingingsrechtelijke perikelen buiten beschouwing.
Die redelijk vergaand is, zie Multi-Party Action Panel Arrangements 2000 in Hodges p. 529-539.
Bij het tenderingproces wordt primair gelet op de kwaliteit van de aanbieders. Indien er meerdere kandidaten over de nodige kwaliteiten beschikken, wordt er gelet op de prijsaanbiedingen. Hodges 2001, p. 190 is uitvoeriger over het tenderingsproces, Mildred 2000, p. 414, kritischer. In de praktijk blijken vaak meerdere kantoren over de nodige kwaliteiten te beschikken om een multi-party actie te begeleiden. De uitkomst van het tenderingsproces is dan minder voorspelbaar en de selectiekeuze is `keenly contested'.
Hodges 2001, p. 191.
Hodges 2001, p. 540 onder 1.2.
Mildred 2000, p. 458 behandelt verschillende bevoegdheden van de CLS, waaronder toezicht op werkzaamheden van de solicitors, contractsbeëindiging en zeggenschap over advertentiecampagnes.
Collins 2005, p. 238.
De figuur van de lead counsel of lead solicitor ontstond in het pre-Woolf tijdperk als een respons op een praktisch probleem: het adequate management van een grote groep eisers in een massaschadezaak. Vermeldenswaard is dat het initiatief daartoe afkomstig was van de advocatuur. Al snel nadat de eerste massaschade zaken zich in de jaren tachtig hadden aangediend, was een aantal kantoren tot de ontdekking gekomen dat zij een aanzienlijk aantal cliënten vertegenwoordigden met soortgelijke claims in gerelateerde kwesties en dat coordinatie daarom misschien voordelen bood.1 Om dergelijke samenwerkingsverbanden te faciliteren heeft de Balie toen een orgaan aangewezen als een eerste aanspreek- en coördinatiepunt in kwesties met een massaal karakter, de voorloper van de MPA Service die hiervoor in 3.4.1 aan bod kwam. De voordelen van concentratie aan de zijde van de belangenbehartigers werden overigens geprezen ook binnen de rechterlijke macht.2
De essentiële vraag, hoe de lead solicitor gekozen wordt en wie dat doet, blijft in de CPR enigszins 'in de lucht hangen'. Wel wordt eisers op het hart gedrukt3 dat ze er goed aan doen om het samen eens te worden over wie de lead solicitor zal zijn en dat deze het GLO-verzoek dient in te dienen. Dat veronderstelt coordinatie al in een heel vroeg stadium. Er is een stok achter de deur voor het geval dat niet lukt. Eén van de case management bevoegdheden van de rechter betreft namelijk de aanwijzing van een lead solicitor.4
De Practice Guidelines for solicitors in disaster litigation5 (de Guidelines) die door de Law Society zijn opgesteld, bevatten richtlijnen voor de handelwijze van belangenbehartigers in gefixeerde massaschade, in het bijzonder rampenschade. Ze benadrukken dat de aanwijzing van een lead solicitor of van een coördinatiecomité een gezamenlijke aangelegenheid betreft, maar noemen bovendien zeven criteria die bij het nemen van die beslissing behulpzaam kunnen zijn. Onder andere het aantal cliënten als percentage van alle zaken binnen de groep, de diversiteit van de cliënten, relevante ervaring met multi-party actions en met complexe 'high value litigation' en de beschikbaarheid van voldoende ondersteunend personeel en infrastructuur.6
Het criterium van het aantal cliënten zal het hiervoor gesignaleerde probleem van agressieve concurrentie tussen kantoren via advertentiecampagnes alleen maar versterken. Dit is kennelijk onderkend, omdat de regeling ook voorziet in advertentievoorschriften. Na het uitvaardigen van een GLO dienen dergelijke campagnes overigens te worden goedgekeurd door de rechter.7
De selectie van de lead solicitor die uit publieke middelen wordt gefinancierd, verloopt iets anders, hoewel ook daar soortgelijke criteria worden toegepast. In de jaren tachtig-begin jaren negentig was de Legal Aid Board, vergelijkbaar met onze Raad voor de Rechtsbij stand, de voornaamste fmancier van civiele — ook multi-party acties. De Board heeft uit dien hoofde een eigen selectiepraktijk en werkmethodes ontwikkeld. De Legal Aid Board is inmiddels vervangen door de Community Legal Service (CLS).8 Net als haar voorgangster werkt ook deze met exclusieve 'all work' contracten. Op basis daarvan kunnen kantoren zowel 'generiek' werk verrichten (werk ten aanzien van de gemeenschappelijke vragen), als individuele belangen behartigen. Voorts wordt veel gebruik gemaakt van ‘tendering' .9 De CLS heeft daarbij de keuze uit een beperkt aantal kantoren.10 Om te worden gecontracteerd dient een kantoor ingeschreven te zijn in het Multi-Party Action Solicitors' Panel,11 een soort 'tableau', en daarvoor moet het aan een aantal criteria voldoen,12 onder meer relevante proceservaring en logistieke mogelijkheden. De keerzijde is dat als een kantoor eenmaal ingeschreven staat op dat 'tableau' het mee mag dingen voor een contract in een multiparty actie, ook als het geen eigen cliënten in de desbetreffende actie heeft. Kantoren die niet ingeschreven zijn, worden gestimuleerd om zoveel mogelijk met 'bevoegde kantoren' samen te werken om een contract met de CLS te bemachtigen. Op deze manier is het tableau niet 'afgesloten' voor nieuwkomers.13
De zeggenschap van de CLS14 op de selectie van lead solicitors in multi-party acties heeft positieve en negatieve kanten. Het maakt het selectieproces transparant en controleerbaar, en zorgt ervoor dat ook de kwaliteit en de kundigheid van de betrokken belangenbehartigers objectiveerbaar wordt en gewaarborgd blijft.15 Bovendien kan de CLS de kantoren stimuleren om de multi-party action efficiënt af te handelen: bijvoorbeeld via de betalingsafspraken die ze met de kantoren treft, via het toezichthouden op hun optreden of via het stellen van beperkingen aan het maximale aantal advocaten dat bij de afwikkeling van een actie betrokken mag zijn. Ook heeft het Panel een zekere attenderingsfunctie ten opzichte van de CLS. Zowel ten aanzien van mogelijke opkomende multi-party acties, als ten aanzien van de redelijkheid en de adequaatheid van het tenderingsproces.16 Niet in de laatste plaats wordt op deze manier een database van kantoren opgebouwd die over de nodige expertise beschikken bij het afhandelen van multi-party acties en die in geval van nood op korte termijn kunnen worden ingezet.17 Grote bemoeienis en veel sturing18 kunnen echter botsen met de belangen van de betrokkenen. De CLS heeft een eigen belang om de kosten zo veel mogelijk te drukken. Voorts moet een beslissing van de CLS omtrent het al dan niet toewijzen van een aanvraag zijn gebaseerd op een beoordeling van een veelheid van gegevens en de inschatting van een aantal risico's. Sommigen vragen zich af in hoeverre de CLS in staat is om dat objectief te doen en niet in de verleiding komt om om rechtspolitieke redenen positief op een aanvraag te beslissen `simply because the ill-informed public desires it'.19