Toegang tot het recht bij massaschade
Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/3.6.1:3.6.1 Bevoegdheden
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/3.6.1
3.6.1 Bevoegdheden
Documentgegevens:
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS596079:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hodges 2001, p. 73. Guidelines art. 21, 22 en bijhorende bijlagen bevatten ook voorbeelden van wat de bevoegdheden en de taken van de lead solicitor en het begeleidingscomité zouden kunnen zijn.
Dat stond ook in the Guide for Use in Group Actions: Hodges 2001, p. 74.
Hodges 2001, p. 74-5 en Guidelines art. 18.
Hodges 2001, p. 75.
Hodges 2001, p. 76. Zie voor de problematiek van de test case die hieraan verwant is 3.5.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vraag wat precies de rol en bevoegdheden van de lead solicitor zijn, wordt in de CPR niet beantwoord. Zijn bevoegdheden kunnen per geval verschillen, maar dienen in ieder geval van tevoren schriftelijk te worden vastgelegd, zodat ze kenbaar zijn ook voor de rechter. Gedacht kan worden aan:1
het verzorgen van de administratie rond een procedure voor alle eisers, inclusief het onderhouden van het contact met het gerecht; een soort procureursfunctie;
het voeren van de procedure voor wat de gemeenschappelijke vragen betreft namens alle eisers; dit betreft inhoudelijke bevoegdheden;
het bijhouden van het groepsregister, wederom een meer administratieve taak;
het onderhouden van de contacten met de eisers; hiervoor zijn adequate logistieke middelen verreist. Logistieke- en (andere) financieringsproblemen kunnen ertoe leiden dat lead solicitors steeds minder overleg plegen met hun achterban en zich steeds autonomer opstellen, bijvoorbeeld bij het bepalen van de processtrategie of bij de schikkingsonderhandelingen. Voor de hieraan verbonden gevaren en de mogelijke oplossingen, zie 3.7.2 en 3.8.
De ervaringen uit het pre-Woolf tijdperk bieden ook enige aanknopingspunten voor de bevoegdheidsverdeling: eind jaren tachtig werd het `two tier'-systeem geïntroduceerd. Dat hield in dat één of enkele kantoren de acties van de overigen (de satellieten) coërdineerde(n). De coordinerende kantoren (het coërdinatiecomité) hielden zich bezig met kwesties die gemeenschappelijk waren, terwijl 'de satellieten' zich richtten op onderwerpen die specifiek van belang waren voor hun cliënten. Dit coördinatiecomité inclusief de lead solicitor diende te worden gekozen door alle betrokken kantoren gezamenlijk.2 De verschillende leden van het comité konden belast worden met specifieke taken, zoals contacten met de verweerders, met de media, met experts en met het gerecht.
Aangenomen wordt dat het two-tier systeem thans vooral van belang zal zijn in acties die niet met publieke middelen gefinancierd worden.3 Als nadeel van dit systeem wordt gezien dat het agressieve concurrentie onder advocaten bevordert voor het werven van zo veel mogelijk cliënten via advertentiecampagnes.4 Dat kan veel zwakke claims aantrekken die wel veel volume opleveren en op onaanvaardbare wijze de schikkingsdruk op de verweerders opvoeren. Met name een actieve rechter zou dit gevaar kunnen ondervangen, onder andere doordat hij `promptly dismisses meritless or frivolous multi-party claims' .5