Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/3.2
3.2 Rechtsvergelijking
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS369015:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Peters, Zimmerman (1981).
Abschluβbericht (1992).
Haug, diss. en Unterrieder, diss.
Komilakis, diss.
Oetker (1994).
Men begint in Engeland wel ongeduldig te worden. Hugh Bayley, Labour MP for the City of York, vroeg op 13 juni 2006 in de House of Commons 'When the Govemment plan to implement the recommendations in the Law Commission's 2001 report on limitations of actions.' Vera Baird, Parliamentary Under-Secretary (Department for Constitutional Affürs) antwoordde: 'The Govemment announced their acceptance in principle of the recommendations in 2002, subject to further consideration of some aspects of the Law Commission's report. That work is now well advanced and it should end shortly. We will then seek a legislative opportunity to reform the law.' Hugh Bayley repliceerde: 'Foor years is a long time to wait (...)'. Een ander MP mengde zich in het debat met de opmerking: 'The Minister referred to the four years since the Govemment basically accepted the Law Commission's recommendation. Would it help to produce parliamentary encouragement for the Govemment if a list of all the outstanding Law Commission recommendations was published each year, outlining what progress is being made and what blockages there are to fulfilling those steps towards greater justice?' De Parliamentary Under-Secretary lijkt daar toch niet voor te voelen en legt uit waarom het allemaal zo lang duurt: 'I am sure that from time to time we do indicate the progress that is being made on Law Commission proposals, and of course the hon. Gentleman can, and will, ask questions of the Department about precisely that. The recommendations went far wider than the concern raised by my hon. Friend the Member for City of York (Hugh Bayley), [zijn opmerking had betrekking op verjaring bij seksueel misbruik — ILS] as they also related to matters such as time limits on squatters' rights, corruption, insolvency applications and compulsory purchase orders. A great deal of work has had to be done across a number of Departments, which explains the delay. My noble Friend Baroness Ashton, whose portfolio this relates to, and the Lord Chancellor are particularly keen to get on with implementing this change.' Het voorgaande is te kennen via http://www.theyworkforyou.com/debates/?id=2006-06-13a.630.5.
Mijn indruk is dat dit ook in de Duitstalige doctrine zo wordt gevoeld. Zo bestaat bijvoorbeeld de paragraaf 'Zweck und Rechtfertigung der Verjährung' uit Staudinger-Peters (2004) nagenoeg geheel uit verwijzingen naar Spiro (§ 194 Rnr 5-7), benadrukt Zimmerman in zijn voorstel aan de Duitse wetgever de prominente positie van Spiro's werk (Peters, Zimmerman (1981), p. 101) en schrijft Oetker (1994), p. 14: 'Gerade die schwerwiegende Eingriffe in das Bürgerliche Gesetzbuch, die die Schuldrechtskommission befürwortet, erzwingen eine Verständigung über die dogmatischen Grundlagen des Verjährungsrecht, die mit Ausnahme der fundamentelen Arbeit von Spiro in den vergangenen Jahrzehnten eher selten gewürdigt wurden.'
Het gelukkige toeval wil dat de hiervoor genoemde bedenkingen over ons verjaringsrecht zijn gerezen, tegelijkertijd met de integrale herziening van zowel het Duitse als het Engelse verjaringsrecht; een beter moment voor rechtsvergelijkend onderzoek is eigenlijk niet denkbaar.
De herziening van het Duitse recht is tot stand gekomen met behulp van eerst een verkennend stuk in 1981,1 gevolgd door een rapport met definitieve aanbevelingen in 1992.2 Nadien zijn drie Duitse dissertaties over de bevrijdende verjaring geschreven, waarvan er twee met name de definitieve aanbevelingen beschouwen3 en één expliciet tot onderwerp heeft de grondslagen van de bevrijdende verjaring4 Ook verscheen een monografie over de fundamenten van de verjaring.5 Voorts is er de uitgebreide toelichting van de Duitse wetgever bij de hervormde verjaringsregels. Deze opsomming is uiteraard niet limitatief; zij laat bijvoorbeeld nog de Duitse commentaren en het grote aantal tijdschriftartikelen buiten beschouwing.
De herziening van het Engelse recht is voorbereid door de Engelse Law Commission in twee lijvige werken: in 1998 verscheen van haar hand een verkennend Consultation Paper (1998), in 2001 gevolgd door een aanbevelend Report. In de Consultation Paper werd uitvoerig vooronderzoek door de Law Commission gepresenteerd en deed zij voorlopige aanbevelingen. Die aanbevelingen werden becommentarieerd door 10 rechters, 14 rechtswetenschappers, 43 advocaten(kantoren), 13 overheidsinstellingen, 26 artsen, 14 burgers, 10 verzekeraars en 48 andere instanties. Vervolgens formuleerde de Law Commission met inachtneming van die aanbevelingen haar definitieve aanbevelingen in het Report. Ook buitenlands recht vormde daarbij een belangrijke inspiratiebron: de gedachten betreffende de hervorming van het verjaringsrecht in een groot aantal jurisdicties betrok zij mede in haar beschouwingen.
Tot op heden zijn de verjaringshervormingen nog niet gefinaliseerd. Toch zal ik aanbevelingen van de Law Commission bij bespreking van Engels recht tot uitgangspunt nemen, omdat die aanbevelingen "in principle" door de regering zijn aanvaard en hun omzetting in een Limitation Bill slechts een kwestie van tijd lijkt.6 Bovendien doet het feit dat zij nog niet zijn geïmplementeerd, weinig af aan de mate waarin zij het Nederlandse verjaringsdenken kunnen inspireren.
Dat in Engeland en Duitsland zo kort geleden grondig is nagedacht over precies de problemen waar dit boek over gaat, rechtvaardigt de verwachting dat van die jurisdicties veel te leren valt. Ter verdediging van rechtsvergelijking met Engeland en Duitsland zou ik nog twee overwegingen kunnen toevoegen. Ten eerste betreft het landen met een vergelijkbare sociaal-economische cultuur als de onze; die gelijkenis maakt rechtsvergelijking eerder vruchtbaar. Ten tweede stelt die keuze ons in staat te profiteren van de kracht van twee uiteenlopende rechtsculturen: het sterk feitelijk georiënteerde Common Law denken enerzijds tegenover het meer dogmatisch gefundeerde Duitse denken anderzijds.
Andere rechtsstelsel komen hier en daar ook wel aan de orde, maar veel minder prominent dan het Engelse en Duitse. Een uitzondering vormt in zekere zin het Zwitserse recht, niet omdat ik uitgebreid zal ingaan op positief Zwitsers verjaringsrecht, maar omdat in 1975 de Zwitser Spiro over de bevrijdende verjaring twee vuistdikke Duitstalige delen heeft geschreven die — mijns inziens terecht — tot op de dag van vandaag doorgaan voor het standaardwerk in de Duitstalige verjaringsdoctrine. Met name over doel en rechtvaardiging van verjaring is niemand zo scherp en uitvoerig als Spiro.7 Naar zijn werk zal daarom met grote regelmaat worden verwezen.
Tot slot zal er, daar wij zij een perspectief toevoegen, ook aandacht zijn voor de Principles of European Contract Law.