Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/7.9.1
7.9.1 Teruggaafregeling onroerende zaken voor eredienst en bezinningsbijeenkomsten
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633750:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor het indienen van het verzoek kan gebruikt gemaakt worden van het formulier Verzoek Teruggaaf energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie voor instellingen, te downloaden van belastingdienst.nl.
Nota over de toestand van ’s Rijks financiën, 17 september 2002, bijlagen bij de Miljoenennota 2003, Kamerstukken II 2002/03, 28600, nr. 2, p. 152.
Zie voor een uitgebreide uiteenzetting hiervan Overbeeke & Sap 2014, p. 284-290.
Kamerstukken II 1999/2000, 26 820, nr. 27, p. 1, onderdeel 1; deze nota van wijziging vond plaats naar aanleiding van het aangenomen amendement van Kamerlid Van der Vlies Kamerstukken II 1999/00, 26820, nr. 6, p. 1.
Dit handboek bevat het geldend beleid voor onder meer energiebelasting.
Handboek Milieubelastingen 2020, onderdeel 7.11.5, te raadplegen via de website van de Belastingdienst. Het Handboek Milieubelastingen is een (vaktechnische) toelichting op de wet- en regelgeving op het gebied van de belastingen op milieugrondslag.
https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/themaoverstijgend/programmas_en_formulieren/verzoek_teruggaaf_energiebelasting_eb_kerken_en_instellingen.Zie ook het stroomschema voor teruggaaf van energiebelasting door kerken en instellingen: https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/themaoverstijgend/programmas_en_formulieren/stroomschema_teruggaaf_energiebelasting_kerken_en_instellingen
Kamerstukken II 1999/2000, 26 820, nr. 3, p. 7, 61 en 62.
Handboek Milieubelastingen 2020, onderdeel 7.11.5.
Op grond van artikel 69, lid 1 Wbm bestaat de mogelijkheid tot teruggaaf van energiebelasting op verzoek1 voor aardgas en elektriciteit verbruikt in een onroerende zaak die in hoofdzaak is bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningsbijeenkomsten van levensbeschouwelijke aard.2 Deze teruggaafregeling was voor het eerst opgenomen voor de Regulerende energiebelasting (REB), de voorloper van de energiebelasting in de Wbm. De doelstelling van de teruggaafregeling REB voor kerkgebouwen die als kerk werden gebruikt, was het “compenseren van beheerders van kerkgebouwen voor het feit dat het relatief moeilijk is om in kerkgebouwen aan energiebesparing te doen en het feit dat kerken omdat zij relatief weinig betaald personeel hebben en niet Vpb-plichtig zijn relatief weinig profiteren van terugsluis van de REB in de vorm van verlaging van de lasten op arbeid en de Vpb.”3 Ook het secundaire Unierecht bevat onder bepaalde voorwaarden bijzondere bepalingen voor religieuze en levensbeschouwelijke organisaties, zoals een uitzondering van regelgeving voor energie-efficiëntie van gebouwen.4
In het bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel was de teruggaafregeling alleen voor monumentale kerkgebouwen bedoeld, maar tijdens het wetgevingsproces kwam via een nota van wijziging een uitbreiding tot alle onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningsbijeenkomsten van levensbeschouwelijke aard.5 Deze uitbreiding vond plaats door de volgende zinsnede in het ingediende wetsvoorstel te schrappen: “en die zijn ingeschreven in een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers van beschermde Monumenten.”
De wet hanteert bij de teruggaafregeling energiebelasting in artikel 69, lid 1 Wbm (evenals bij de oude teruggaafregeling REB) een criterium dat ook een rol speelt bij de eredienstuitzondering voor de hiervoor besproken ozb (220d, lid 1 aanhef en onderdeel c Gemw): een onroerende zaak die in hoofdzaak bestemd is voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningsbijeenkomsten van levensbeschouwelijke aard.6 Hierdoor hoeft de Belastingdienst volgens het Handboek Milieubelastingen7 niet zelf te onderzoeken of aan het criterium is voldaan, maar kan aansluiting plaatsvinden bij het standpunt van de gemeente over de ozb.8 Voor een onroerende zaak die op grond van de eredienstuitzondering niet onder de ozb valt, is dus onder voorwaarden teruggaaf energiebelasting mogelijk. Als de gemeente geen vrijstelling van ozb heeft verleend, dan kan toch teruggaaf worden verleend, mits de gebruiker (eigenaar of huurder) verklaart dat de onroerende zaak hoofdzakelijk (voor meer dan 70 procent) wordt gebruikt voor openbare erediensten of voor het houden openbare bezinningsbijeenkomsten van levensbeschouwelijke aard. Deze verklaring is opgenomen in vraag 5 van het formulier Verzoek Teruggaaf energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie voor instellingen.9 Op grond van die verklaring verleent de Belastingdienst teruggaaf, mits voldaan is aan overige voorwaarden. Bij controle achteraf moet de belanghebbende aannemelijk maken dat aan het hoofdzakelijkheidscriterium is voldaan.
De teruggaaf wordt verleend aan de gebruiker van de betreffende onroerende zaak en bedraagt vijftig procent van de energiebelasting die de energieleverancier aan de gebruiker in rekening brengt (art. 69, lid 5 Wbm). De wetgever heeft gekozen voor een teruggaaf van vijftig procent in plaats van een volledige teruggaaf zodat er voor de gebruiker een prikkel zou uitgaan tot het treffen van energiebesparende voorzieningen.10 De teruggaafregeling is niet van toepassing als een groepering, organisatie of geloofsgemeenschap een huursom betaalt die een bedrag voor energieverbruik omvat.11 Dit is omdat de teruggaaf alleen wordt verleend als de instelling zelf een leveringscontract heeft met een energieleverancier. Op grond van artikel 26, lid 2 en 3 Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag moet de instelling die om teruggaaf verzoekt, namelijk de eindfactuur overleggen waarop het bedrag aan belasting expliciet in rekening is gebracht en de teruggaaf wordt slechts verleend voor zover die factuur is betaald.