Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.4.6:9.4.6 Pluraliteit van schuldenaars
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.4.6
9.4.6 Pluraliteit van schuldenaars
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648918:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net als vele andere auteurs, signaleert Nass de problemen die zich voor kunnen doen wanneer de zelfstandige vorderingsrechten niet meer in dezelfde hand zijn.
Indien wordt aangenomen dat hoofdelijkheid leidt tot het bestaan van meerdere (zelfstandige) vorderingsrechten, dan kan er een situatie ontstaan waarin sprake is van pluraliteit van schuldeisers wanneer de hoofdvordering en de 403-vordering niet in dezelfde hand blijven. Pluraliteit van schuldeisers verdraagt zich op het eerste gezicht niet met hoofdelijkheid:
“Deze laatste categorie, pluraliteit van schuldeisers, wordt in het nieuwe recht niet meer tot de hoofdelijkheid gerekend.”1
en:
“Uit de gegeven omschrijving blijkt dat hoofdelijkheid zich alleen aan de ‘passieve’ zijde van de verbintenis voordoet. Het oude BW kende ook de zgn. ‘actieve’ hoofdelijkheid, inhoudende dat ieder van twee of meer schuldeisers dezelfde prestatie in haar geheel van de schuldenaar kon vorderen, met dien verstande dat voldoening aan een van hen de schuldenaar ook tegenover de andere schuldeisers bevrijdde. Vergelijk Asser/Hartkamp 4-I 1992/92 e.v. (negende druk). In het geldende BW is deze figuur vervangen door de constructie van het gezamenlijke vorderingsrecht (art. 6:15 BW); zie nr. 136 e.v.2
De situatie waarin zowel sprake is van pluraliteit van schuldenaren als pluraliteit van schuldeisers sluit hoofdelijkheid niet uit. Toch lijkt een situatie waarin de meerdere verbintenissen uit elkaar gaan lopen zich niet te verdragen met hoofdelijkheid. Dit vraagstuk raakt het fundamentele onderscheid tussen correaliteit en solidariteit. Verwezen zij naar hoofdstuk 7.
Het feit dat pluraliteit van schuldenaars zich slecht verdraagt met het karakter van hoofdelijkheid, kan een bijkomend dogmatisch argument zijn om te concluderen dat de aanspraak die voortvloeit uit een 403-verklaring bij voorkeur niet als hoofdelijke aansprakelijkheid wordt gekwalificeerd.