De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.7.2:3.7.2 Professionele standaard in het primair en voortgezet onderwijs
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.7.2
3.7.2 Professionele standaard in het primair en voortgezet onderwijs
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949357:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 31a, vierde lid, van de Wpo (oud) en artikel 32e vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (oud).
Kamerstukken II 2015/16, 34 458, nr. 6, p. 9.
F. Brekelmans en M. van Es, ‘De professionele standaard in het onderwijs: enkele kanttekeningen’, School en Wet 2017, nr. 3, p. 6.
F. Brekelmans, ‘Gunt de overheid en de politiek de leraar wel professionele zeggenschap’, NTOR 2019, nr. 2, p. 11.
F. Brekelmans en M. van Es, ‘De professionele standaard in het onderwijs: enkele kanttekeningen’, School en Wet 2017, nr. 3, p. 5.
Stb. 2022, 86.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot 1 augustus 2023 werd de professionele standaard van de leraar benoemd in de Wpo, Wvo 2020 en Web.1 De wetgever heeft niet bepaald wat er in de standaard opgenomen dient te worden, maar heeft wel bepaald dat de landelijke professionele standaard in acht genomen moet worden bij het op schoolniveau vaststellen van een professioneel statuut.2 In de memorie van toelichting bij de Wet beroep leraar staat wel dat de professionele standaard het beginsel van samenwerking in teamverband nader moet uitwerken.3 Het uitgangspunt is dat de beroepsgroep de professionele standaard opstelt. Hierin worden volgens Brekelmans de normen en waarden van het beroep vastgelegd.4 De beroepsstandaard is een vorm van zelfregulering. Met deze standaard bepalen leraren immers onderling welke standaarden zij in acht zullen nemen en dragen zij bij aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.5 Bij de totstandkoming van de Wet beroep leraar was de verwachting dat de Onderwijscoöperatie de professionele standaard zou opstellen. De Onderwijscoöperatie is echter in 2018 opgeheven, waardoor de ontwikkeling hiervan is stilgevallen.
In een initiatiefwetsvoorstel van Kwint (SP) en Bisschop (SGP), dat in het teken stond van het afschaffen van het lerarenregister, werd voorgesteld de bepaling in de onderwijswetten over het professioneel statuut en de professionele standaard te laten vervallen.6 Hiervoor kozen de indieners omdat het onderwijsveld hieraan in vrijheid zou moeten kunnen werken. De plicht om een professioneel statuut op te stellen, waarbij de professionele standaard in acht genomen moet worden, zou dan ook moeten komen te vervallen.7 De indieners gaven aan dat er onduidelijkheid is ontstaan omdat het kabinet ten aanzien van het lerarenbeleid een koerswijziging heeft aangekondigd, waardoor onder andere de inwerkingtreding van de artikelen over het lerarenregister voorlopig is uitgesteld. Deze onduidelijkheid strekt zich volgens de indieners ook uit over het professioneel statuut en de wettelijke verankering van de professionele standaard omdat het kabinet nog met nieuw beleid moet komen.8 Daarnaast zou er onduidelijkheid bestaan over het professioneel statuut dat in het mbo in 2009 tot stand is gekomen en de nieuwe bepaling hierover die met de Wet beroep leraar is gecreëerd. Bij de consultatie van het wetsvoorstel heeft de Beroepsvereniging Opleiders MBO echter aangegeven dat afschaffing van het wettelijk verankerde professioneel statuut juist kan leiden tot stagnatie van het in 2009 in gang gezette proces.9 Bij de behandeling van het initiatiefvoorstel in de Tweede Kamer is het wetsvoorstel met een amendement gewijzigd zodat het professioneel statuut behouden blijft.10 De verwijzingen in de Wpo en Wvo 2020 naar de professionele standaard zijn evenwel per 1 augustus 2022 komen te vervallen toen de initiatiefwet in werking trad.11
Het laten vervallen van de plicht om de professionele standaard in acht te nemen bij het opstellen van het professioneel statuut is mijns inziens een stap terug. Hoewel de professionele standaard nog niet tot stand is gekomen boden de bepalingen hierover in de sectorwetten wel een handvat om hiermee aan de slag te gaan. Ook was hiermee geborgd dat zodra de beroepsgroep een professionele standaard voor de leraar zou opstellen, deze standaard door het bevoegd gezag en de leraar betrokken moest worden bij het vormgeven van het professioneel statuut. De reeds vervallen bepalingen in de Wpo en de Wvo 2020 hadden dan ook bij kunnen dragen aan het versterken van de zeggenschap van de leraar binnen de school.