Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/VII.4.1
VII.4.1 Inleiding
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242853:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
De Hoge Raad bevestigde dit onlangs nog in HR 30 maart 2018, NJ 2018, 330 m.nt. Van Schilfgaarde; JOR 2018/234 m.nt. Kraaipoel (TMF).
Voor de volledigheid wijs ik erop dat de tort geen algemeen wettelijk kader kent, zoals art. 6:162 BW. Duidelijk is wel dat het individuele handelen van de directors centraal staat. Zie hierover uitvoerig Karapetian 2019, p 29-30.
Interessant is dat de vordering namens de vennootschap kan worden ingesteld door een aandeelhouder, zie Section 260-264 van de Companies Act 2006. Een voorwaarde is dan wel dat hij toestemming heeft van de rechter om een derivative claim aanhangig te maken.
De curator kan een director aanspreken wegens schending van de op hem rustende plichten uit de Companies Act 2006. Voorts kan hij een director aanspreken op grond van Section 214 van de Insolvency Act 1986 ingeval van wrongful trading.
Zie bijvoorbeeld Re City Equitable Fire Insurance Co Ltd [1925] Ch. 407; Dorchester Finance Co Ltd v Stebbing [1989] BCLC 498; Daniels v Anderson [1995] 16 ASCR 607; Equitable Life Assurance Society v Bowley [2004] 1 BCLC 433; en Lexi Holdings Plc v Luqman [2009] 2 BCLC 1 CA.
In deze paragraaf sta ik stil bij de individuele aansprakelijkheidsgronden. Individueel, omdat de in deze paragraaf te bespreken aansprakelijkheidsgronden niet gestoeld zijn op het uitgangspunt van collectieve verantwoordelijkheid.1 De niet-uitvoerende bestuurder is op grond van art. 6:162 BW, art. 2:216 BW en art. 2:93/203 BW slechts aansprakelijk indien de eisende partij stelt en zo nodig bewijst dat hij zelf de aansprakelijkheidsnorm heeft overtreden. Overschrijdt een andere bestuurder de norm, dan heeft dat derhalve niet zonder meer tot gevolg dat ook de niet-uitvoerende bestuurder ‘hangt’.
Zoals ik in § VII.2.3 al schreef, is individuele aansprakelijkheid het uitgangspunt in Engeland. Dit geldt niet alleen voor de aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad,2 maar ook voor de aansprakelijkheid jegens de vennootschap op grond van de Companies Act 20063 en de aansprakelijkheid in geval van faillissement.4
In Engeland is de aansprakelijkheidspositie van de non-executive director in een aantal cases aan bod gekomen.5 Interessant is te bezien in hoeverre met de bijzondere positie van de non-executive director rekening wordt gehouden. Mogelijk biedt dit de Nederlandse rechter inspiratie.