Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/3.9:3.9 TOETSING VAN DE THEORIE AAN DE PRAKTIJK
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/3.9
3.9 TOETSING VAN DE THEORIE AAN DE PRAKTIJK
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS356204:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 3 zijn wetenschappelijk criteria ontwikkeld waaraan een verantwoorde bundeling van omgevingsrecht moet voldoen. In de hoofdstukken 4, 5, 6 en 7 is onderzocht of en zo ja in welke mate dit theoretisch kader bruikbaar is in de praktijk. Daartoe is in hoofdstuk 4 de bundeling door herschikking die heeft geleid tot de Wabo getoetst aan het theoretisch kader, meer in het bijzonder aan de in paragraaf 3.8 genoemde vragen. In hoofdstuk 5 is hetzelfde gebeurd ten aanzien van de bundeling door integratie waarbij de Wet milieugevaarlijke stoffen is opgenomen in hoofdstuk 9 Wm. In hoofdstuk 6 is de voorgenomen bundeling door herschikking van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet in een nieuwe Wet Natuurbescherming getoetst aan het theoretisch kader. In hoofdstuk 7 is hetzelfde gedaan ten aanzien van de voorgenomen bundeling door herschikking van tientallen wetssystemen in een Omgevingswet.
Daarbij is in de hoofdstukken 4, 5, 6 en 7 steeds als volgt te werk gegaan. Eerst is een korte indruk gegeven van de desbetreffende bundeling; daarbij is met name ook aandacht besteed aan de motieven die de wetgever voor ogen stonden om te bundelen. Vervolgens zijn de vijf vragen beantwoord die zijn geformuleerd in paragraaf 3.8. Steeds is afgesloten met een korte samenvatting.
Het gaat het bestek van deze studie te buiten om volledig en uitputtend te beschrijven of en zo ja in welke mate de in de hoofdstukken 4, 5, 6 en 7 genoemde voorbeelden van bundeling voldoen aan de ontwikkelde criteria. Doel van de toetsing in die hoofdstukken is om erachter te komen of de vier besproken bundelingsoperaties aspecten bevatten die getoetst aan de ontwikkelde theorie tot het oordeel moeten leiden dat bundeling ten aanzien van die aspecten al dan niet verantwoord is. Daarmee wordt een antwoord gegeven op de tweede deelvraag van dit onderzoek.
Daarbij zal ik waar nodig ook suggesties doen om te komen tot vermindering of opheffing van geconstateerde wetssystematische tekorten. Daarmee wordt een antwoord gegeven op de derde deelvraag van dit onderzoek.