Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VI.2.1:VI.2.1 Algemeen
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VI.2.1
VI.2.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178878:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 2:14 lid 2 BW voorziet in de bekrachtiging van een nietig besluit. De bepaling komt slechts te pas als de wet of statuten de betrokkenheid eisen van een ander dan het orgaan dat het besluit neemt. Als die ander is gepasseerd, kan diegene bekrachtigen zodat het nietige besluit toch geldig is. Bepalen de statuten bijvoorbeeld dat een bepaald bestuursbesluit de voorafgaande goedkeuring van de raad van commissarissen behoeft, maar die goedkeuring is niet gevraagd, dan kan de raad van commissarissen achteraf bekrachtigen. Voluit luidt art. 2:14 lid 2 BW als volgt:
‘Is een besluit nietig, omdat het is genomen ondanks het ontbreken van een door de wet of de statuten voorgeschreven voorafgaande handeling van of mededeling aan een ander dan het orgaan dat het besluit heeft genomen, dan kan het door die ander worden bekrachtigd. Is voor de ontbrekende handeling een vereiste gesteld, dan geldt dat ook voor de bekrachtiging.’