Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/3.2.7
3.2.7 Goederenrechtelijk karakter van het recht van pandgebruik
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264387:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Omdat het recht van zelfstandige antichrese geen zelfstandig leerstuk was, heb ik het goederenrechtelijke karakter van de gefragmenteerde verschijningen van de zelfstandige antichrese niet onderzocht. Ik heb me beperkt tot de constatering dat de zelfstandige antichrese werkte op dezelfde manier als pandgebruik doordat zij ook een pandrecht was, waarbij de verkoopbevoegdheid was uitgesloten. In dit laatste geval had de schuldeiser de goederenrechtelijke bescherming van het pandrecht.
Accursius, Glossa Ordinaria, Digestum Vetus, p. 1890 (ad D. 20,1,11,1) en p. 1896 (ad D. 20,1,16,4); Negusantius, De pignoribus et hypothecis, nr. 1.7, 3.1.1, 4.1.20 en 8.1.20; Donellus, De Pignoribus et hypothecis, nr. 9.1-9.2; Van Hoof 2015, p. 75. Vgl. Bartolus, Super secunda digesti veteris, ad 20,1,11,1. Voor inheems recht zie Génestal 1901, p. 44-45.
Donellus, De Pignoribus et hypothecis, nr. 6.14 en 9.1-9.2. Vgl. de exceptie dat de schuldeiser die goederen gebruikte een pandrecht had: D. 20,1,11,2 (Marcianus), waarover §2.3.7.
Accursius, Glossa Ordinaria, Digestum Novum, p. 466 (ad D. 41,3,16); Negusantius, De pignoribus et hypothecis, nr. 3.1.31. Zie ook Génestal 1901, p. 39.
Het recht van pandgebruik1 had goederenrechtelijke werking. Het gold als een vast onderdeel van het pandrecht. Dit betekent dat het recht van pandgebruik dezelfde goederenrechtelijke bescherming genoot als het pandrecht zelf. De pandgebruiker had dus een actio Serviana om het onderpand onder derden op te eisen. Deze actie stelde de pandgebruiker in staat het onderpand onder zich te nemen. Hij kon niet alleen het onderpand opeisen, maar ook de vruchten die zich onder de gedaagde bevonden. Door het onderpand onder zich te nemen, kon de pandgebruiker ook het recht van pandgebruik uitoefenen. De actio Serviana beschermde de pandhouder dus in de uitoefening van zijn recht van pandgebruik.2
De pandgebruiker kreeg voorts bescherming tegen de eigenaar die het onderpand onder hem opeiste. Als de eigenaar een vordering tot afgifte instelde voordat de gesecureerde vordering teniet was gegaan, kon de pandgebruiker deze vordering afweren met een exceptio doli mali.3 De pandgebruiker had ten slotte een bezitsinterdict tegen eenieder die hem stoorde in zijn bezit van het onderpand.4