Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/4.13.5:4.13.5 Conclusies inzake 2:11 BW en dagvaarding
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/4.13.5
4.13.5 Conclusies inzake 2:11 BW en dagvaarding
Documentgegevens:
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS301291:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit voormelde jurisprudentie kan men afleiden dat het in het kader van een aansprakelijkstelling van een tweedegraads bestuurder via art. 2:11 BW niet noodzakelijk is om naast die tweedegraads bestuurder de eerstegraads rechtspersoon-bestuurder te dagvaarden. In de procedure gericht tegen de tweedegraads bestuurder kan de rechter vaststellen of sprake is van aansprakelijkheid van de eerstegraads rechtspersoon-bestuurder. De betreffende rechtspersoon hoeft daarvoor niet (mede) gedagvaard te zijn.
Nadeel van het niet (mede-)dagvaarden van de eerstegraads rechtspersoon- bestuurder is dat die rechtspersoon niet tot het betalen van schadevergoeding kan worden veroordeeld (in de betreffende procedure althans). Omgekeerd geldt ook dat – indien men slechts de eerstegraads rechtspersoon-bestuurder dagvaardt – in die procedure de tweedegraads bestuurder niet tot het betalen van schadevergoeding kan worden veroordeeld.