Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/8.6.5.1
8.6.5.1 Onafhankelijke experts
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480800:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Mouter, De Geest & Doorn 2018, p. 639-648.
Busscher e.a. 2020, p. 48-49, naar Vlek 2018, p. 49.
Zienswijze GBB 2012.
Van Dunné, NJB 2014/2264, p. 3127.
Advies inzake onderzoek 11 2013, p. 5.
Eindejaarsrapportage Onafhankelijke Raadsman 2013, p. 3.
Afhandeling schadeclaims 2014; Klachten Jaarrapportage 2015; Fundament voor herstel van vertrouwen 2014, p. 2; Onderzoek naar de tevredenheid 2015, p. 72; Aardbevingsrisico’s in Groningen 2015, p. 47.
Van der Heijden & Boelhouwer 2017, p. 18-19, 24-27.
‘Centrum Veilig Wonen niet onafhankelijk’, Dagblad van het Noorden 31 januari 2015.
Klachten Jaarrapportage 2017, p. 30.
Audit CVW 2017, p. 15; Klachten Jaarrapportage 2018.
Tomale, Gazet van het Noorden 15 maart 2018.
Klachten Halfjaarrapportage 2016, p. 2; Afsluitend advies 2016, p. 2.
Jaarrapportage CVW 2016, p. 3, 8.
Praktische uitwerking schadeprotocol CVW 2017.
Rb. Noord-Nederland 5 oktober 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:4402, r.o. 4.17.
‘Eerherstel voor door de NAM verguisd expertisebureau’, RTV Noord 17 mei 2018.
Wind, Dagblad van het Noorden 16 mei 2018.
Klachten Halfjaarrapportage 2018, p. 4-6.
Besluit versterking gebouwen Groningen, Stcrt. 2019, 30569, p. 18.
Van Bokkum, NRC 31 maart 2017.
Groninger Panel 2017.
Stcrt. 2018, 6398.
Besluit mijnbouwschade Groningen, Stcrt. 2018, 6398, p. 2.
Besluit mijnbouwschade Groningen, Stcrt. 2018, 6398, p. 14.
TCMG 2020.
Haverkamp, Vox Magazine 2 oktober 2019; Jaarverslag TCMG 2020.
Interviews betrokkenen 2020.
Engels 2019, p. 3; Wissink 2019, p. 187-188.
Marseille, Bröring & De Graaf 2018; ‘Afzwaaiend voorzitter Arbiters Bodembeweging: ‘We werden met veel gastvrijheid ontvangen’, RTV Noord 2 mei 2019; De Veer, Dagblad van het Noorden 16 januari 2020; ‘Wiebes wil van hem af, maar Klaassen is nog lang niet klaar’, Dagblad van het Noorden 17 januari 2020; De Veer, Dagblad van het Noorden 29 januari 2020.
Evaluatie Commissie Bijzondere Situaties 2015, p. 8.
Jaarverslag Commissie Bijzondere Situaties 2019, p. 19.
Voortgang van de versterkingsopgave 2019, p. 29.
Aanhangsel bij de Handelingen II 2015/16, 2497; Van Hofslot, Dagblad van het Noorden 8 oktober 2019.
Mijnraadadvies veiligheidsrisico’s 2018.
Besluit versterking gebouwen Groningen, Stcrt. 2019, 30569, p. 17.
Drent, RTV Noord 25 februari 2019.
Bakker, Dagblad van het Noorden 11 maart 2019.
Groninger Gasberaad 14 september 2018.
De Waal, NOS 6 september 2018.
Eerste Advies Commissie Meijdam 2015, p. 8.
Besluit versterking gebouwen Groningen, Stcrt. 2019, 30569, p. 17.
NAM, ‘Leefbaarheid en duurzaamheidprogramma’ 2018.
Notitie Leefbaarheidsprogramma NCG 2016, p. 12; ‘Uitvoeringsprogramma Leefbaarheid Provincie Groningen 2016-2020: subsidieregelingen en -plafonds’, Provinciaal blad 2016, 2020; Provinciaal Blad 2016, nr. 5560; Dorpsvisies en landschap in beeld 2019, p. 5.
Loket Leefbaarheid 2019, p. 9.
Jaarverslag NPG 2020, p. 43.
Provinciaal Blad 2020, 2249.
Route voor het versterken van de economie in Noordoost Groningen 2014, p. 28;
Jach, RTV Noord 4 maart 2019.
NPG 2 juni 2020.
De mate van onafhankelijkheid, of in ieder geval de schijn van partijdigheid, vormde een groot probleem in de afhandeling van de schade in Groningen. Zowel NAM als het ministerie van EZ werden aangemerkt als slagers die hun eigen vlees keurden. De verstrengeling van publieke en private belangen bij de gaswinning (zie ook par. 8.4.1) betekende dat veel Groningers niet alleen argwanend tegenover NAM stonden maar ook tegenover de inmenging van de overheid in de schadeafhandeling.1 Ook adviesrapporten van ‘natuurwetenschappers en technologen in een veelal langdurige adviesrelatie met de Rijksoverheid’2 werden daardoor soms gewantrouwd.
Tijdens de eerste jaren van de schadeafhandeling klonken klachten over de betrokkenheid van NAM. Omdat zij haar eigen schadeprotocol en waarderegeling opstelde en taxateurs contracteerde, verwachtten Groningers niet dat objectief naar hun schademelding werd gekeken.3 De Tcbb, die als second opinion kan worden ingeschakeld voor het vaststellen van causaal verband, werd ook gezien als partijdig.4 NAM ‘betaalt en bepaalt.’5 De houding van de door hen ingestelde taxateurs werd gekarakteriseerd als bagatelliserend; de Onafhankelijke Raadsman kreeg signalen dat NAM taxatierapporten later aanpaste. 6 Vooral bij meer complexe schadegevallen ontstond discussie over causaliteit en vond men taxateurs niet objectief of onafhankelijk.7 Ook bij het Koopinstrument kwamen klachten over vermeende afhankelijkheid van taxateurs.8
Het Centrum Veilig Wonen werd aangekondigd als onafhankelijke organisatie9 of in ieder geval ‘op enige afstand’10 van NAM. Het CVW moest echter handelen via het schadeprotocol dat NAM had opgesteld;11 in meerdere onderzoeken werd geconstateerd dat NAM dicht op de afhandeling via CVW zat en zich met de schadeafhandeling bemoeide.12 Ongelukkig voorbeeld van de verstrengeling van organisaties was dat de website van CVW draaide op servers van NAM-aandeelhouder Shell.13 Gedupeerden hadden de indruk dat CVW de opdracht kreeg meldingen strenger te beoordelen14 en klaagden over de wijze waarop schade-experts zich gedroegen.15 De onafhankelijke raad van toezicht op het CVW die door de minister werd ingesteld, werd na anderhalf jaar opgeheven16 en kende geen mogelijkheid om CVW direct te beïnvloeden, zoals NAM wel had via haar (geheime) contract. Veel gedupeerden kozen voor directe uitbetaling in plaats van reparatie van het CVW omdat zij eigen aannemers meer vertrouwden dan staf in dienst van NAM/CVW.17 Daarnaast werd veel gebruikgemaakt van contra-expertise, met name in dossiers met door CVW aangemerkte niet-aardbevingsgerelateerde C-schade. De expertisebureaus schatten de schade flink anders in dan experts van CVW.18 De rechtbank concludeerde dat vaak ingeschakeld contra-expertisebureau Vergnes objectieve contra-expertise leverde terwijl NAM schadebeoordelingen veelal baseerde op ‘aannames en veronderstellingen’19 en deze onvoldoende onderbouwde.20
In de overgang naar publieke schadeafhandeling werd kritiek geuit dat een ‘harde knip’ plaatsvond waardoor ‘oude schadegevallen’ van voor april 2017 hun schade moesten afhandelen met NAM. De bedoeling van de publieke schadeafhandeling was immers dat NAM op afstand zou worden geplaatst.21 Ook bij de overgang van privaat- naar publiekrechtelijke versterking bleef NAM betrokken bij gebouwen die voortkwamen uit afspraken onder de oude aanpak.22 Bovendien klonken kritische geluiden omdat men zich afvroeg of de situatie zou worden verbeterd als het ministerie van EZK de scepter zwaaide.23 Bij de opstelling van het nieuwe schadeprotocol stelden geënquêteerde Groningers dat onafhankelijkheid een van de belangrijkste uitgangspunten was: er moet helder worden uitgelegd hoe belangen gescheiden worden.24
Bij de bekendmaking van de schadeafhandeling via de TCMG stelde de minister: ‘De onafhankelijkheid van de commissie is van groot belang voor de geloofwaardigheid van het nieuwe stelsel en voor het vertrouwen van burgers in de schadeafhandeling’25 Hoewel het ministerie van EZK personeel en huisvesting voorfinancierde,26 droeg zij samen met de minister voor Rechtsbescherming, die de commissieleden aanstelde, systeemverantwoordelijkheid. 27 Commissieleden zijn onafhankelijk,28 kunnen geen instructies vragen of krijgen van de minister over individuele zaken, en stellen hun eigen werkwijze vast.29 De TCMG zette sterk in op onafhankelijkheid. Zij ‘baseren [zich] op adviezen over de schade die door onafhankelijke deskundigen worden gedaan en hebben geen enkel belang bij de hoogte van het schadebedrag. Ons enige belang is dat de schade rechtvaardig wordt vergoed.’30 Het werken met onafhankelijke deskundigen resulteerde echter in vertraging omdat TCMG niet snel genoeg aan voldoende onafhankelijke deskundigen kon komen.31 Ook in de wettelijke verankering van TCMG als IMG werd geëxpliciteerd dat voor ‘goede afhandeling van schade en het herstel van het vertrouwen van burgers en bedrijven in het afhandelingsproces … van belang [is] dat deze onafhankelijkheid in de wet geëxpliciteerd wordt.’32 Het IMG werd daarom vormgeven als zelfstandig bestuursorgaan (zbo). Betrokkenen gaven aan dat de status van het IMG als zbo de organisatie in staat stelde onafhankelijk op te treden richting gedupeerden maar ook richting andere belanghebbenden en partijen in het dossier.33 Anderen benadrukten dat het van belang was dat deze onafhankelijke positie zo zou worden ervaren door gedupeerden in de praktijk.34
Het belang van onafhankelijkheid werd benadrukt door andere organisaties zoals de Onafhankelijke Raadsman, de Commissie Bijzondere Situaties en de Arbiters Bodembeweging. De Raadsman en Arbiters waren niet gebonden aan overheid of NAM – hoewel zij werden ingesteld door de minister – en spraken zich publiekelijk uit. Zij werden vertrouwd door de regio.35 Over de Commissie werd in een evaluatie gesteld: ‘onafhankelijkheid maakt de werkwijze van de Commissie acceptabel voor deze betrokkenen. Voor hen is dit een belangrijk aspect, aangezien zij het vertrouwen in instanties en organisaties in een voorgaand traject veelal zijn verloren.’36 De Commissie benadrukte de noodzaak onafhankelijk te blijven.37
Bij de versterking was sprake van een schijn van partijdigheid. Het CVW kreeg als uitvoeringsorganisatie kritiek over de mate waarin het zich leek te voegen naar de contractuele afspraken met NAM terwijl de regie door NCG zou moeten worden gevoerd. Staatstoezicht stelde vast dat het CVW neigde ‘minutieus vast te houden aan de in het verleden gemaakte contractuele afspraken ook als die in het heden naar het oordeel van NCG versnelling in de weg zitten.’38 De noodzakelijkerwijs snelle groei van NCG leidde ertoe dat zij medewerkers in huis haalde die eerder verbonden waren aan NAM of CVW.39 Het is belangrijk opgebouwde ervaring en dossierkennis te behouden,40 maar gezien het wantrouwen jegens deze organisaties leek waakzaamheid geboden. Tot slot werd ook tijdens de publieke versterkingsoperatie gebruikgemaakt van het HRA-model van NAM om de prioritering in de versterking te bepalen. Dit was in lijn met het Mijnraadadvies:41 NAM heeft krachtens de Mijnbouwwet de taak om de veiligheidsrisico’s van exploitatie inzichtelijk te maken en heeft hierdoor de meeste kennis opgebouwd over (effecten van) aardbevingen.42 Na kritiek van aardbevingsgemeenten,43 gedupeerden,44 belangenorganisaties,45 Kamerleden en de provincie46 en oproepen van de commissie-Meijdam47 en Staatstoezicht48 kondigde de minister aan te streven naar ‘publiek beheer’49 van dit model.
Het gebruik van onafhankelijke deskundigen varieerde bij de leefbaarheidsmaatregelen. Bij de leefbaarheidsprogramma’s maakte NAM niet altijd gebruik van onafhankelijke deskundigen.50 Over projecten die voortvloeiden uit bestuurlijke afspraken werd grotendeels geadviseerd en besloten door toetsingscommissies of overheidsorganen.51 Bij het Loket Leefbaarheid werd geëvalueerd dat de beoordelingscommissie zou moeten bestaan uit bewoners in plaats van bestuurders en NAM-vertegenwoordigers.52 Aanvragen bij het nieuwe Loket Leefbaarheid vanaf 2019 werden beoordeeld door inwoners en een provinciemedewerker;53 bijdragen uit het Impulsloket werden toegekend door Gedeputeerde Staten.54 Het bestuur van EBG stelde eigen programma’s vast en besteedde zelf het budget.55 Na kritiek van GBB op de schijn van partijdigheid rond de beoordelingscommissie van het Nationaal Programma Groningen56 stelde het NPG een ‘commissie [in] die onafhankelijk programma’s en projecten kan toetsen aan het programmakader. Een groep mensen zonder belangen in de regio.’57