De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.3.2.1:8.3.2.1 De limitatieve opsomming in de wet
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.3.2.1
8.3.2.1 De limitatieve opsomming in de wet
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS370890:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 1 maart 2002, NJ 2002, 296 m.nt. Maeijer, JOR 2002/79 m.nt. Van den Ingh, Ondernemingsrecht 2002, 29 m.nt. Timmerman (Zwagerman-I). Zie hierover bijvoorbeeld Asser/Maeijer, Van Solinge en Nieuwe Weme 2-II*, nr. 800, Compendium 2013, p. 1781.
Zie hierover hoofdstuk 14.
Zie hierover hoofdstuk 16.
Zie hierover hoofdstuk 16.
Zie hierover hoofdstuk 13.
Zie hierover hoofdstuk 17.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eindvoorzieningen die de ondernemingskamer kan treffen zijn limitatief1 vastgelegd in art. 2:356 BW. Het betreft:
schorsing of vernietiging van een besluit van de bestuurders, van commissarissen, van de algemene vergadering of van enig ander orgaan van de rechtspersoon;2
schorsing of ontslag van een of meer bestuurders of commissarissen;3
tijdelijke aanstelling van een of meer bestuurders of commissarissen;4
tijdelijke afwijking van de door de ondernemingskamer aangegeven bepa-lingen van de statuten;5
tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer;6
ontbinding van de rechtspersoon.