Einde inhoudsopgave
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/6.8.2
6.8.2 Oordeelsrecht
Vincent Gerlach, datum 10-11-2022
- Datum
10-11-2022
- Auteur
Vincent Gerlach
- JCDI
JCDI:ADS687237:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De vergelijking met de statutair bestuurder en artikel 30 WOR dringt zich op. Zie hierover: L.G. Verburg, Rood’s Wet op de ondernemingsraden, Deventer: Kluwer 2013, p. 400; I. Zaal, De reikwijdte van de medezeggenschap, Deventer: Kluwer 2014, p. 81-82; Hof Amsterdam 20 mei 1999, JAR 1999/146, NJ 2000/607 (Broekhoff/Verzinkerij Johan Vis & Co).
In de wetsgeschiedenis van het standpuntbepalingsrecht van de NV-OR is het punt overigens wel aan de orde gekomen en door de wetgever bewust niet de bedoeling geacht: Kamerstukken I 2009/10, 31877, C, p. 4-5.
Rb. Midden-Nederland 15 september 2017, PJ 2017/161 (vereniging voor gepensioneerden Landbouwpensioen/Bedrijfstakpensioenfonds voor de Landbouw).
Kamerstukken II 1982/83, 17725, nr. 3, p. 61, rekent in het algemeen ‘wettelijke of statutaire bepalingen die voorschrijven dat aan een ander orgaan of aan een derde voorafgaande aan het besluit advies of toestemming moet worden gevraagd’ niet tot de gronden voor een beroep op artikel 2:15 lid 1 onder a BW.
HR 31 mei 1996, NJ 1996/694, m.nt. J.M.M. Maijer (Lampe/Videoworks).
Allereerst het oordeelsrecht, dat ziet op de verhouding ex-werkgever-vereniging van gepensioneerden. Een eventueel beroep op de voornoemde gronden kan naar mijn mening alleen worden gedaan door de vereniging van gepensioneerden en niet door de gepensioneerde/pensioengerechtigde zelf. Het oordeelsrecht is immers geschreven in het belang van de medezeggenschap en niet van de gepensioneerde/pensioengerechtigde zelf.1 Een beroep op de nietigheid van artikel 2:14 BW lijkt voor de vereniging van gepensioneerden te bepleiten. De wetgever van artikel 2:14 BW overwoog namelijk dat voor de OR een bijzondere rechtsgang openstaat bij de advies- en instemmingsrechten van artikel 25 WOR, artikel 27 lid 1 WOR en artikel 30 WOR, te weten de rechtsgang van artikel 26 WOR, artikel 27 lid 5 WOR en artikel 36 WOR.2 Die bijzondere rechtsgang – een bijzondere nakomingsbepaling zoals artikel 36 WOR – ontbreekt in de Pw voor de vereniging van gepensioneerden in het kader van het oordeelsrecht. De mogelijkheid voor een beroep op artikel 2:14 BW in het kader van het oordeelsrecht wordt nog eens versterkt doordat de wetgever in één adem overwoog dat onder dit artikel ook valt ‘niet alleen besluiten waarvan inhoud of strekking met de wet in strijd is, of die onbevoegdelijk zijn genomen, doch ook indien aan andere geldigheidsvereisten niet is voldaan, zoals een voorafgaande aanbeveling’ en ‘verzoeken om voordrachten en adviezen’.3 Een verzoek om een oordeel lijkt mij van dezelfde strekking; de bedoeling is immers dat de ex-werkgever dit in overweging kan nemen bij zijn besluitvorming. Tegen deze interpretatie pleit overigens dat in de wetsgeschiedenis van het oordeelsrecht hier geen overwegingen aan zijn gewijd, maar dat lijkt mij niet doorslaggevend.4 In de rechtspraak is overigens een beroep door een vereniging van gepensioneerden op de nietigheid wegens ten onrechte niet gehouden verkiezingen gehonoreerd.5
Een eventueel beroep op artikel 2:15 lid 1 onder a BW – vernietiging wegens strijd met wettelijke bepalingen – zal stranden op de overweging van de wetgever dat adviesrechten van derden niet onder deze grond, maar onder de nietigheid van artikel 2:14 BW vallen.6 Een eventueel beroep op artikel 2:15 lid 1 onder b BW – vernietiging wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW – heeft een probleem van een andere orde: met de verwijzing naar artikel 2:8 BW heeft de wetgever tot uitdrukking willen brengen dat besluiten alleen voor vernietigbaarheid in aanmerking komen bij schending van redelijkheid en billijkheid in de ‘interne verhoudingen’ binnen de rechtspersoon.7 Valt de vereniging van gepensioneerden daar wel onder ten opzichte van de werkgever/rechtspersoon? Ik meen van niet. Daarnaast kan vernietiging overigens alleen wordt gevorderd door een ‘belanghebbende’, wat volgens de Hoge Raad diegene is met een eigen belang dat is of dreigt te worden geschaad.8 Daar zal de vereniging van gepensioneerden dan weer wel eenvoudig aan voldoen.