Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.4.4.4:II.4.4.4 Conclusie
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.4.4.4
II.4.4.4 Conclusie
Documentgegevens:
Joost Sillen, datum 01-07-2010
- Datum
01-07-2010
- Auteur
Joost Sillen
- JCDI
JCDI:ADS591923:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Lange tijd hadden rechterlijke toetsingsuitspraken in Nederland slechts rechtsgevolgen voor partijen.
Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw kunnen bij de burgerlijke rechter echter collectieve en algemeen belang-acties worden ingesteld. Sinds 1983 aanvaardt de Hoge Raad eveneens, dat de burgerlijke rechter de toepassing kan verbieden van een onrechtmatig voorschrift.1 Zo’n verbod is meestal gericht aan het adres van de overheid. Als eiser zo’n toepassingsverbod vordert in een collectieve of algemeen belang-actie, heeft toewijzing van die vordering ook gevolgen voor personen die geen procespartij zijn, maar voor wie eiser in die procedure opkomt. Ook jegens hen is de overheid verplicht het voorschrift buiten toepassing te laten.
Daarnaast heeft de Hoge Raad in zijn kwaliteit als strafrechter en civiele rechter kort na het begin van dit millennium de zogenaamde volgplichtarresten gewezen. Krachtens die jurisprudentie zijn beide rechters onder omstandigheden verplicht toetsingsuitspraken van de (hoogste) bestuursrechter over te nemen in geschillen tussen andere partijen dan die de toetsingsuitspraak van de hoogste bestuursrechter hebben verkregen.2
Beide ontwikkelingen – het ontstaan van collectieve en algemeen belangacties bij de burgerlijke rechter en het wijzen van de volgplichtarresten door de Hoge Raad – hebben ertoe geleid dat toetsingsuitspraken van de Nederlandse rechter soms erga omnes werken.