Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.4.8:9.4.8 Deelconclusie
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.4.8
9.4.8 Deelconclusie
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574063:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Haak & VerLoren van Themaat 2005, p. 17.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals hierboven duidelijk is geworden, kan het verzamelen van bewijsmateriaal in de voorfase voor de gelaedeerde van een mededingingsinbreuk een groot probleem vormen. Zeker in zaken waar (nog) geen oordeel van een mededingingsautoriteit op tafel ligt. De processuele middelen om naar Nederlands recht voorafgaande aan een procedure bewijs te vergaren, zijn beperkt tot de exhibitieplicht, de mogelijkheid tot het leggen van bewijsbeslag, het voorlopig getuigenverhoor en het voorlopig deskundigenbericht. De voorlopige descente zal bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht niet snel een rol spelen.
Inbreuken op het mededingingsrecht zullen met de exhibitieplicht, het leggen van bewijsbeslag, het voorlopig getuigenverhoor en het voorlopig deskundigenbericht niet altijd eenvoudig bewezen kunnen worden. De gelaedeerde van een vermeende mededingingsinbreuk zal vaak niet weten welke bescheiden dienen te worden opgevraagd. Helaas is het niet mogelijk bewijsbeslag op alle elektronische bestanden en papieren bescheiden te leggen en vervolgens te onderzoeken of eventuele mededingingsovertredingen kunnen worden afgeleid uit de verzamelde gegevens. De gelaedeerde zal vaak niet weten welke personen moeten worden opgeroepen voor een voorlopig getuigenverhoor. Ingeval die personen wel bekend zijn, moeten ze vervolgens nog bereid zijn zich omtrent de vermeende mededingingsinbreuk in belastende zin uit te laten. Bij het voorlopig deskundigenbericht moet duidelijk worden gemaakt wat de deskundige precies zal moeten onderzoeken. Tevens moet de deskundige toegang kunnen hebben tot gegevens over de markt en de positie van de vermeende laedens op die markt.
De rechter zal een afweging moeten maken tussen het belang van de gelaedeerde bij inzage in informatie en documentatie en het voorkomen dat bewijsmateriaal verloren gaat enerzijds en het belang van de vermeende laedens bij geheimhouding van vertrouwelijke bedrijfsgegevens anderzijds.1 Indien een mededingingsinbreuk reeds is vastgesteld door de Commissie of de NMa en de gelaedeerde een vordering tot vergoeding van schade voorbereidt, zal een beroep van de laedens op gewichtige redenen ex artikel 843a lid 4 Rv niet snel door de rechter worden gehonoreerd. Indien de mededingingsinbreuk nog niet is vastgesteld, zal de rechter het belang van de laedens bij inzage, afschrift of uittreksel van de bescheiden moeten afwegen tegen het belang van de vermeende laedens bij geheimhouding van de vertrouwelijke bedrijfsgegevens. Des te waarschijnlijker de inbreuk op het mededingingsrecht is, des te waarschijnlijker is het dat de rechter de laedens zal veroordelen tot het aan de gelaedeerde verstrekken van inzage, afschrift of uittreksel van mogelijk bedrijfsvertrouwelijke gegevens. Zoals zojuist hiervoor gezegd, honoreert de rechter het beroep op gewichtige redenen niet snel.
Bovenstaande beschikbare middelen zullen tevens aanzienlijke kosten met zich mee kunnen brengen. De kosten dienen door de gelaedeerde te worden voorgeschoten. Bovendien worden ze slechts gedeeltelijk vergoed ingeval uiteindelijk een mededingingsinbreuk wordt aangenomen.