Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/2.2.1
2.2.1 Pandgebruik in het Hellenistische en Grieks-Egyptische recht
1
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264514:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Deze paragraaf steunt op Bobbink & Mauer 2019.
Manigk 1910, p. 14-15; Kupiszewski 1974, p. 229; Kaser, Studien III, p. 80; Kupiszewski 1986, p. 133-134; Papadatou 2008, p. 209-210; Bobbink 2016, p. 79; Bobbink & Mauer 2019, p. 356-357.
Kupiszewski 1986, p. 133 en 147-148.
Kupiszewski 1986, p. 135-136.
Bobbink & Mauer 2019, p. 359-361.
Kupiszewski 1986, p. 135-136.
Kupiszewski 1986, p. 148-149. Anders: Taubenschlag 1955, p. 291.
Kupiszewski 1986, p. 148-149.
Taubenschlag 1955, p. 286-288; Kupiszewski 1986, p. 144-146.
Zie voor voorbeelden Bobbink & Mauer 2019, p. 372-373.
Taubenschlag 1955, p. 287-291; Kupiszewski 1986, p. 138-140.
Taubenschlag 1955, p. 287-291; Kupiszewski 1986, p. 140-143.
Taubenschlag 1955, p. 287-291; Kupiszewski 1986, p. 145.
Taubenschlag 1955, p. 291; Kupiszewski 1986, p. 146-147.
Taubenschlag 1955, p. 287. Zie over de functies van het recht van pandgebruik: §2.5.
De rechten van pandgebruik en zelfstandige antichrese kwamen voor in verschillende antieke rechtsstelsels. Het oud-Griekse woord ἀντίχρησις betekende ‘tegengebruik’. Dit woord was weer afgeleid van χρῆσις ἀντί τινὸς, wat ‘gebruik in plaats van iets anders’ betekende, of ‘gebruik als tegenprestatie voor iets anders’.2 In de Hellenistische en Grieks-Egyptische rechtsstelsels werd het recht van pandgebruik gevestigd ten behoeve van een geldlening.3 Een schuldeiser kreeg het recht om goederen van de schuldenaar te gebruiken in plaats van iets anders: een rentevergoeding over de gesecureerde vordering of aflossing van de gesecureerde vordering.4
Het recht van pandgebruik werd gevestigd bij akte, vrijwel altijd papyri. Deze papyri vormen het belangrijkste bronnenmateriaal voor de bestudering van het Hellenistische en Grieks-Egyptische recht van pandgebruik. De oudste aktes uit deze rechtsstelsels stammen uit de derde eeuw voor Christus.5 Het recht van pandgebruik kon in zelfstandige vorm worden gevestigd, maar ook in combinatie met een pandrecht.6 In zelfstandige vorm had het recht van antichresis naar Hellenistisch en Grieks-Egyptisch recht vermoedelijk geen goederenrechtelijke werking. De schuldeiser kon het in antichrese gegeven object dus niet opeisen onder derden.7 Wel werd de overeenkomst van zelfstandige antichresis in de praktijk versterkt met een boeteclausule. Als de schuldeiser op enigerlei wijze werd gestoord in de uitoefening van de antichresis, verkreeg hij een boetevordering op de schuldenaar.8 Als het recht van pandgebruik was gecombineerd met een pandrecht, kon de schuldeiser voor de uitoefening van zijn recht vermoedelijk gebruikmaken van de goederenrechtelijke bescherming van het pandrecht.9
Het recht van pandgebruik rustte veelal op landbouwgrond of woningen.10 De schuldeiser oefende zijn recht van pandgebruik op landbouwgrond uit door de grond te bewerken en de gewassen te oogsten of de grond te verpachten.11 Evenzo kon de schuldeiser in de uitoefening van zijn recht van pandgebruik een woning zelf bewonen of verhuren.12 Voor zowel de verpachting van grond als de verhuur van een woning gold dat de schuldeiser het object kon verhuren aan derden, maar ook aan de schuldenaar.13 Voorts kon het recht van pandgebruik rusten op slaven of nageslacht van de schuldenaar (paramonè). De schuldeiser oefende zijn recht van pandgebruik dan uit door de slaven of familieleden van de schuldenaar voor zich te laten werken.14
De opbrengst die de pandgebruiker genereerde door de goederen te gebruiken functioneerde als aflossing op de gesecureerde vordering (aflossingsfunctie) of als rentevergoeding (rentefunctie).15