Voor risico van de ondernemer
Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/6.5.1:6.5.1 Type 1: Kennis en kunde
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/6.5.1
6.5.1 Type 1: Kennis en kunde
Documentgegevens:
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713131:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Sieburgh 2000, p. 160. Een voorbeeld is: HR 30 september 1994, NJ 1996/196, m.nt. C.J.H. Brunner (Staat/Shell), r.o. 3.10.2.
Sieburgh 2000, p. 160-161. par. 6.2.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hoedanigheid van de laedens werkt niet alleen door in de onrechtmatigheid, maar ook in de toerekenbaarheid. Deze doorwerking is ten eerste te zien ten aanzien van de inkleuring van het schuldbegrip van art. 6:162 lid 3 BW. Zoals gezegd, is het onderscheid tussen onrechtmatigheid en schuld in enge zin niet altijd scherp te maken. Het is in veel gevallen een verschil in intensiteit. Zowel bij de onrechtmatigheid, als bij de toerekenbaarheid wordt getoetst aan een maatman, met het verschil dat bij de toerekenbaarheid de maatman in vergaande mate is toegesneden op de persoon van de dader en de maatman ten aanzien van de onrechtmatigheid meer algemeen van aard is. In het verlengde hiervan geldt dat sommige elementen zowel in het kader van de onrechtmatigheid, als in het kader van de toerekenbaarheid aan bod kunnen komen. Het gaat dan met name om de zogenaamde ‘persoonselementen’, zoals de kennis, kunde en financiële draagkracht van de laedens. Gelet op de overeenkomsten tussen het onrechtmatigheids- en het schuldvereiste, is het niet verwonderlijk dat de hoedanigheid van laedens ook in het schuldvereiste doorwerkt.
Bij de vraag of een laedens schuld had in de zin van art. 6:162 lid 3 BW gaat het om de vraag of de laedens gelet op zijn kennis en kunde anders had kunnen en moeten handelen. Heeft de dader meer kennis, deskundigheid en ervaring dan de maatmens, die als voorbeeld heeft gediend voor de norm, dan is de onrechtmatige gedraging hem verwijtbaar. Het gaat dan om een zogenaamde ‘subjectivering naar boven’.1 Beschikt de laedens over minder kennis, deskundigheid en ervaring dan de maatmens, dan kan hij zich disculperen. De onrechtmatige gedraging is dan niet toerekenbaar op grond van schuld. Dit laat onverlet dat de onrechtmatige gedraging wel toerekenbaar kan zijn krachtens verkeersopvatting.2