Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/3.4.4.0
3.4.4.0 Introductie
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS592112:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Voor een korte historische duiding van het begrip patronaatsverklaring zie Koch 2005,p. 33 e.v.; Leber 2017, p. 5. Zie voor een beknopte etymologie van het woord Patronatserklärung Koch 2005, p. 14, noot 15.
Zie de Belgische, Duitse, Italiaanse, Franse benaming: patronaatsverklaring, patronatserklärung, lettera di patronage en lettre de patronage. Ook andere termen worden gebezigd zie bijvoorbeeld het Deense Stétteerkláringer.
Andere benamingen zijn: letter of awareness, keep well statement, letter of responsibility, kapitaalinstandhoudingsverklaring of continuïteitsverklaring. De benaming letter of intent dient niet gebruikt te worden aangezien deze aanduiding verwijst naar de intentie om tot een uiteindelijke overeenkomst te komen. Bertrams & Graaf, De NV 1990, p. 75-82,p. 76.
Rippert 1982, p. 1; Koch 2005, p. 11-13; Kruisinga & Leber 2010, p. 3.
Merkel 1998, p. 562-563; Koch 2005, p. 17; Liao 2012, p. 256.
Ook mogelijk: een verklaring tegenover meerdere zekerheidseisers; de Patronatserklärung ad incertas personas, zie Koch 2005, p. 533 e.v.
Koch 2005, p. 18.
OLG Düsseldorf WM 1989, 1642, 1643.
OLG Düsseldorf GmbHR 2003, 178.
Nass & Nass 2017, p. 149. Zie ook Leber die uitgaat van een driedeling: (I) informatieve verklaringen, (II) toezeggingen tot het uitvoeren of nalaten van bepaalde handelingen en (III) toezeggingen van de patroon dat hij ervoor zal zorgen dat de protége zijn verplichtingen kan nakomen. Leber 2017, p. 28.
Merkel 1998, p. 564; Koch 2005, p. 23-25; Krüger 2011, p. 32; Liao 2012, p. 236.
Byttebier & Feltkamp 2002, p. 955; Koch 2005, p. 21.
Van der Waals 2004, p. 69.
Wessels, TvI 1996, p. 100-105, p. 101-102.
Nass & Nass 2017, p. 148.
Van der Waals 2004, p. 69; Ploeger & De Jong 2006, p. 130-134.
De patronaatsverklaring1 is een vorm van persoonlijke zekerheid die regelmatig door concerns gebruikt wordt. De patronaatsverklaring is niet in de wet gedefinieerd en kent geen juridisch specifieke regeling. In de ons omringende landen is deze vorm van zekerheid ook bekend onder de naam patronaatsverklaring.2 Niettemin kan deze rechtsfiguur worden aangeduid met een veelheid aan namen, waarbij in de Nederlandse praktijk de term letter of comfort gangbaar is.3
In zowel de Nederlandse als de buitenlandse literatuur en rechtspraak zijn pogingen gedaan om tot een begripsomschrijving te komen van deze veelvormige rechtsfiguur.4 Het BGH definieert de patronaatsverklaring als volgt:
‘Die Patronatserklärung ist eine besondere Form der Sicherung vor allem von (Groû-) Krediten. Sie bezeichnet als Sammelbegriff verschiedenartige Erklärungen einer Muttergesellschaft gegenüber dem Kreditgeber ihrer Tochtergesellschaft, in denen ein Verhalten der Muttergesellschaft in Aussicht gestellt oder versprochen wird, das die Aussichten auf Rückzahlung des Kredits verbessert.’5
Het BGH vervolgt:
‘Ob dabei der Kreditgeber einen unmittelbaren Zahlungsanspruch gegen die Muttergesellschaft erlangt oder lediglich die hinreichende Ausstattung der Tochter mit Finanzmitteln beanspruchen kann, ist Auslegungsfrage.’6
Frankrijk heeft als één van de weinige landen de patronaatsverklaring opgenomen in een wettelijke regeling. De patronaatsverklaring wordt in art. 2322CC gedefinieerd als:
La lettre d’intention est l’engagement de faire ou de ne pas faire ayant pour objet le soutien apporté à un débiteur dans l’exécution de son obligation envers son créancier.
Uit de Duitse en Franse omschrijvingen blijkt dat de patronaatsverklaring een containerbegrip is. Ondanks het diffuse karakter van het begrip zijn er een tweetal kenmerken die de patronaatsverklaring typeren. Ten eerste heeft een patronaatsverklaring als a-typische zekerheid de intentie om vertrouwensbevorderend te werken, met als doel het zeker stellen van een krediet. Het vertrouwensbevorderende karakter kan op verscheidene wijzen worden geconstrueerd. Verklaringen kunnen variëren van een uiting van goede wil tot het afgeven van een concrete garantie.7
Het tweede kenmerk is de driehoeksverhouding tussen de adressant van de verklaring8, de patroon en de protegé.9 Binnen concernverband is de patroon doorgaans de moedervennootschap en de protegé de kredietnemende dochter. Dit is echter niet altijd zo. In de rechtspraak zijn gevallen bekend dat ook zustervennootschappen10 en zelfs ondernemingen die buiten de groep staan kunnen optreden als patroon.11 Dikwijls is het zo dat de patroon een belang heeft bij de verkrijging van het krediet door de protegé, echter dit is geen noodzakelijkheid.
De patronaatsverklaring kan gericht of ongericht zijn. Een patronaatsverklaring is gericht wanneer de verstrekker bepaalde (inspannings)verplichtingen aangaat ten aanzien van een specifieke rechtspersoon of derde. De ongerichte verklaring daarentegen is geadresseerd tot een onbepaalde derde. De vaak door de moedervennootschap of concernfinancieringsvennootschap afgegeven patronaatsverklaring kan worden onderscheiden in een zachte vorm en een harde vorm. Zowel de zachte patronaatsverklaring als de harde patronaatsverklaring worden gewoonlijk gebruikt bij downstream zekerheidsverlening.12
Beide vormen geven wat duiding aan de verschillende varianten van de patronaatsverklaring, maar zijn tegelijkertijd containerbegrippen. De zachte patronaatsverklaring behelst niet meer dan algemene uitspraken over bijvoorbeeld het vertrouwen dat concernvennootschappen in elkaars kredietwaardigheid hebben. Een voorbeeld van de harde patronaatsverklaring is de verklaring van de moedervennootschap om het vermogen van haar concernvennootschap op peil te houden, zodat deze vennootschap het krediet kan terugbetalen. De juridische waarde van een zachte patronaatsverklaring is discutabel. De harde patronaatsverklaring biedt de schuldeiser meer mogelijkheden. Bij het bovenstaande voorbeeld kan de schuldeiser een schadevergoedingsvordering instellen tegen de moedervennootschap, wanneer de concernvennootschap in gebreke blijft en de moedervennootschap het verklaarde niet nakomt.13
Aldus kan de patronaatsverklaring worden omschreven als een verklaring, met een van geval tot geval variërende inhoud, die wordt afgelegd door een rechtssubject (meestal de moedervennootschap) ten behoeve van één of meerdere derde(n) om deze(n) derde(n) een vorm van zekerheid te bieden voor de door deze(n) derde(n) verstrekte (financiële) middelen aan het lenende rechtssubject (dikwijls een dochtervennootschap).14 Deze definitie leent zich voor een veelvoud aan dogmatische toe- passingsmogelijkheden, maar dit is tegelijkertijd ook de zwakte. De onderscheidende betekenis van de patronaatsverklaring wordt in het bijzonder duidelijk in het individuele geval.
De patronaatsverklaring is nauw verwant aan de garantie. Beide rechtsfiguren zijn zelfstandige verbintenissen en niet accessoir aan de kredietovereenkomst. Het verschil tussen de garantie en de patronaatsverklaring komt tot uiting in hun verhouding tot de primaire verplichting van de kredietnemer. De garantie is niet gericht op de primaire verplichting van de kredietnemer, maar op het eventueel schadeloosstellen van de kredietgever wanneer de kredietnemer zijn verplichtingen niet nakomt. Een patronaatsverklaring is wel gericht op het volbrengen van de primaire verplichting van de kredietnemer.15 Hierbij kan de verklaring worden aangemerkt als borgtocht, wanneer de patroon zich contractueel verbindt om de verbintenis van de protegé na te komen.16 De patronaatsverklaring wordt ook toegepast wanneer in een reeds afgesloten krediet-/zekerheidsovereenkomst de zekerheidsgever een ‘negative pledge’ is overeengekomen. Met een dergelijk beding wordt beoogd dat de zekerheidsgever aan andere financiers geen zekerheden verstrekt op bepaalde vermogensbestanddelen. Doorgaans biedt een dergelijke clausule wel ruimte voor een patronaatsverklaring.17
De patronaatsverklaring is vooral bij multinationale concerns een geliefd instrument om buitenlandse dochters te ondersteunen bij hun kredietvraag, zonder belasting van de financiële positie van de moedervennootschap, zoals dat bij de typische zekerheden wel het geval is. Daarnaast kan de patronaatsverklaring worden afgegeven in het kader van de waardering van het vermogen van de dochter. In gevallen waarbij de accountant vraagtekens plaatst bij de continuïteit van een onderneming, kan aan de moedervennootschap van de betreffende NV of BV gevraagd worden, om een bepaalde intentie uit te spreken of toezeggingen te doen over de financiële positie van de dochtervennootschap. Zo kan de intentie worden uitgesproken dat het beleid ten aanzien van die dochter niet wijzigt, of dat de kapitaaldeelname van de moedervennootschap in de dochter niet wordt verminderd.18