Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/6.2.3
6.2.3 Franchise
Eric Tjong Tjin Tai & Jaap van Slooten, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Eric Tjong Tjin Tai & Jaap van Slooten1
- JCDI
JCDI:ADS288487:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Jaap van Slooten is als advocaat betrokken bij sommige in dit artikel genoemde platforms en heeft zich om die reden afzijdig gehouden van de passages die op die platforms betrekking hebben.
Vgl. Schaub 2020/42 over deze parallel.
Overigens wijst Asser/Houben 7-X 2019/154 erop dat franchise en dienstenagentuur moeilijk te onderscheiden zijn.
Zie in het bijzonder Uber: HvJ 20 december 2017, C-434/15, ECLI:EU:C:2017:981 (Uber Spain). Hierover Schaub 2020/12-17, 39-47.
HvJ 20 december 2017, C-434/15, ECLI:EU:C:2017:981 (Uber Spain), r.o. 39: “Uber exercises decisive influence over the conditions under which that service is provided.”
Hier staat tegenover dat uniformiteit ook een positief effect kan hebben, zoals bij franchise, waardoor klanten liever kiezen voor een uniform product dat hen zekerheid geeft over de inhoud en kwaliteit van het product.
Zie Asser/Houben 7-X 2019/138 e.v.
Wet van 1 juli 2020, Stb. 2020/251, inwerkingtreding Stb. 2020/493.
Overigens is er wel een enigszins vergelijkbaar element, te weten de data die een platform verzamelt over het gedrag van werkenden en afnemers. Die data leiden echter niet tot exclusiviteit van het productaanbod (zoals een ‘secret sauce’). Wel kan het ertoe leiden dat het platform zich beter op de markt kan positioneren, wat in zoverre een vergelijkbare functie heeft als klassieke knowhow.
Een platform wijkt af van gewone bemiddeling in die zin dat een platform vaak sterke invloed uitoefent op de wijze van presentatie van reclame, de voorwaarden van en uitvoering van de overeenkomst. Diverse platforms streven een sterke mate van uniformiteit na. Daardoor lijken platforms eigenlijk meer op franchise dan op bemiddeling.2 Dit is opmerkelijk: in het verleden was er bij franchise meestal niet tevens sprake van bemiddeling. Franchise en agentuur waren van oudsher twee afzonderlijke manieren waarmee concrete klanten konden worden bereikt. Door de opkomst van internet zijn beide figuren vermengd geraakt: een platform vermengt de rol van franchisegever met handelsagent.3 De verwantschap met franchise blijkt ook uit het feit dat in sommige gevallen het platform zelf als dienstverlener wordt beschouwd.4 In de zaak HvJ 20 december 2017, C-434/15 (Uber) oordeelde het HvJ dat Uber zelf een taxidienstverlener was. Bepalend daarbij was dat Uber zelf een aanbod van diensten creëerde, deze met behulp van IT toegankelijk maakte en daarvan de algemene werking organiseerde ten behoeve van afnemers (par. 38). Zonder de Uber-app zouden veel aanbieders geen taxidienst zijn gaan verlenen en niet in contact zijn gekomen met de afnemers, terwijl Uber bovendien een beslissende invloed op de voorwaarden van de dienstverlening uitoefende (par. 39).
Een verschil met franchise is de controle van het platform over de uitvoering van de dienst en de financiële afwikkeling. Dit versterkt de machtspositie van het platform. De invloed op de uitvoering van de overeenkomst kan wisselen: een platform als Booking.com gebruikt dit kennelijk nauwelijks, terwijl Uber een grote mate van invloed heeft en mede om die reden zelf als dienstverlener wordt aangemerkt.5 Deze invloed op de uitvoering kan het gevoel van een platformwerker versterken dat hij nauwelijks zelfstandige is.6
Voor franchise waren tot voor kort betrekkelijk weinig regels, veel werd geregeld op basis van algemeen contractenrecht.7 Per 1 januari 2021 is echter in werking getreden titel 16 van Boek 7. BW: ‘Franchise’.8 Deze titel houdt een regeling in van diverse aspecten van de franchise, niet alleen de precontractuele informatieverschaffing maar ook de wijze waarop de contractuele relatie invulling wordt gegeven. Relevant zijn de volgende bepalingen.
“De franchisegever en de franchisenemer gedragen zich jegens elkaar als een goed franchisegever en een goed franchisenemer” (art. 7:912 BW), wat in essentie neerkomt op de zorgplicht van art. 7:401 BW.
Informatieverstrekking voorafgaand aan de overeenkomst (art. 7:913-915 BW).
Informatieverstrekking tijdens de overeenkomst (art. 7:916-917 BW).
Verplichting tot verschaffing van commerciële en technische bijstand aan de franchisenemer (art. 7:919 BW).
Vereisten aan de inhoud van de overeenkomst, o.a. verbod op te ver strekkend non-concurrentiebeding en verbod op te ver strekkend exclusief afnamebeding (art. 7:920 BW).
Vereiste van instemming van meerderheid van franchisenemers bij aanzienlijke wijziging van de overeenkomst of formule (7:921 BW).
Deze regels zijn ingegeven ter bescherming van franchisenemers en komen voort uit bestaande klachten van franchisenemers (mede blijkend uit jurisprudentie). Voor platforms zou met name het vereiste van instemming bij gekwalificeerde meerderheid van de franchisenemers van groot belang kunnen zijn. Deze regel is echter nog geen wet, en bovendien is onzeker of een platform als franchise kan worden aangemerkt. Art. 7:911 BW definieert de franchiseformule als:
“eenvormige commerciële formule voor de productie of verkoop van goederen dan wel het verrichten van diensten, die in ieder geval omvat:
een handelsmerk, model of handelsnaam, huisstijl of tekening, en
knowhow, zijnde een geheel van niet door een intellectueel of industrieel eigendomsrecht beschermde praktische informatie, voortvloeiend uit de ervaring van de franchisegever en uit de door hem uitgevoerde onderzoeken, welke informatie geheim, wezenlijk en geïdentificeerd is;”
Een obstakel voor het aanmerken van platforms als franchise, is het vereiste van knowhow. De exclusiviteit bij platforms komt niet per se voort uit bijzondere knowhow,9 maar eenvoudigweg uit wat wordt genoemd het netwerkeffect, namelijk dat men de eerste en de grootste is. Het gevecht van Uber om de hegemonie op de Aziatische markt laat zien dat dit meer een kwestie van PR en consumentenvoorkeuren is dan van intrinsieke knowhow of betere kwaliteit. De rol van het netwerkeffect is een van de bijzonderheden van platforms: het neemt de plaats in van goodwill bij gewone ondernemingen.