Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/5.1:5.1 Inleiding
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS585080:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk wordt besproken in welke mate ongewenste effecten van rechten uit regres en subrogatie (contractueel) beperkt kunnen worden. Dikwijls worden hiertoe afspraken gemaakt tussen de concernvennootschappen en de bank. Deze afspraken zijn vaak opgenomen in de algemene kredietvoorwaarden van banken. Ook kunnen dergelijke afspraken tailor-made worden overeengekomen. De vraag is welke werking deze afspraken toekomen. Daarom wordt in dit hoofdstuk gekeken naar de faillissementvastheid van voornoemde afspraken en daarmee samenhangend of en onder welke omstandigheden de overeengekomen bedingen kunnen worden aangetast.
Als eerste wordt in § 5.2 besproken welke partijafspraken gewoonlijk worden gemaakt over regres en subrogatie. Daarna wordt in § 5.3 de problematiek inzake het ontstaansmoment van de regresvordering uiteengezet. Deze problematiek is van invloed op de effectiviteit van verschillende partijafspraken over regres en subrogatie. Vervolgens komen methoden aan bod die tot doel hebben om wettelijke regres- en subrogatievorderingen voortvloeiend uit de contractuele hoofdelijkheid te voorkomen, te beperken of de verhaalsposities ten aanzien van die vordering te wijzigen. Deze methoden kunnen geclassificeerd worden naar methoden die (I) indirect de regresvordering beïnvloeden en (II) direct de regresvordering beïnvloeden. Ad I wordt besproken in § 5.4 en ad II in § 5.5. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een conclusie in § 5.6.