De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.2.1:2.2.1 Inleiding
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.2.1
2.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652128:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit onderscheid is eerder (in soortgelijke bewoordingen) gemaakt door Hermans 2003, p. 122 e.v.; Buijn & Storm 2013, p. 1035; Hermans 2017, p. 220 e.v.; Storm 2018, p. 215.
Zie ook Leidraad, bepaling 7.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor een goed begrip van de aan de onderzoeker toekomende vergoeding is het noodzakelijk eerst de taak van de onderzoeker te beschrijven. Voor de uitvoering waarvan komt de onderzoeker een vergoeding toe? De onderzoeker heeft recht op een honorarium voor de taak die hij verricht als onderzoeker. Kosten die de onderzoeker maakt buiten zijn taak als onderzoeker komen niet voor vergoeding in aanmerking als kosten van het onderzoek.
In deze paragraaf beschrijf ik de kerntaak van de onderzoeker. Enkele uitbreidingen van de taakopdracht van de onderzoeker bespreek ik in par. 2.3. De kerntaak van de onderzoeker is het verrichten van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon, hetzij in de gehele omvang daarvan, hetzij met betrekking tot een gedeelte of een bepaald tijdvak, zo volgt uit de eerste volzin van art. 2:345 lid 1 BW.1 De onderzoekstaak van de onderzoeker omvat drie subtaken: de selectie van informatie(bronnen) en de vaststelling en interpretatie van informatie (par. 2.2.2), de beoordeling van die informatie (par. 2.2.3) en de kwalificatie van die informatie (par. 2.2.4).2 Achtereenvolgens bespreek ik hierna deze drie onderdelen van de kerntaak van de onderzoeker.
De onderzoeker legt zijn onderzoek neer in een door hem op te stellen onderzoeksverslag, welk verslag ter griffie van het Hof Amsterdam wordt nedergelegd (art. 2:353 lid 1 BW). Dit onderzoeksverslag heeft een belangrijke functie: de Ondernemingskamer moet hieruit kunnen afleiden of er een grond is om wanbeleid vast te stellen en eventuele voorzieningen te treffen (art. 2:355 lid 1 BW).3