Einde inhoudsopgave
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/4.5.1
4.5.1 Vonnissen en beschikkingen
Mr. P. Smits, datum 06-03-2008
- Datum
06-03-2008
- Auteur
Mr. P. Smits
- JCDI
JCDI:ADS301327:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Trb. 1990, 156.In de aanvankelijke vertaling in het Trb. 1951, 154, werd nog gesproken van vonnis.
Zie voor het Franse recht art. 451 Nouveau Code de Procédure Civile.
Snijders e.a. (1995), p. 91 en 97.
EHRM 29 juni 1982, Azen, serie A, vol 72.
Men zie Akkermans (1992), p. 1065.
Dommering (1983), p. 210; De Boer (1985), p. 834; Meijknecht (1987), p. 5.
Stheeman (1945), p. 270, achtte de openbaarheid van uitspraken alleen van belang voor partijen. Zijn volgende opmerkingen laten aan duidelijkheid niets te wensen over: 'Het is, welbeschouwd, wat het civiele recht betreft, met het voorschrift van de openbaarheid der uitspraak van vonnissen en sommige beschikkingen en de nietigheidsbedreiging tegen overtreding daarvan een wonderlijk geval. Wat is van die openbaarheid het belang? ... Men schijnt indertijd te hebben geloofd in de destructieve kracht van de rechtspraak voor het publiek, maar dat geloof dat van een wel zeer naïeven blik van den wetgever op de algemeene belangstelling in het rechtsleven getuigde, is tegenwoordig in elk geval volkomen prijsgegeven ... Het kan dus niet anders dan het belang van die partijen zijn, en in het bijzonder dat van den in het ongelijk gestelde, dat door het gebod der openbaarheid moet worden gediend, en wel dit, dat de normale rechtsgang niet worde verijdeld, doordat tengevolge van niet toe te rekenen onbekendheid met het vonnis niet tijdig hoogere voorziening daartegen kan worden gevraagd.'
H. Drion (1979), p. 543 en 544. Hij wist ook het Europees Hof en art. 6 EVRM achter zich 'omdat het Straatsburgse Hof art. 6 van het Verdrag op een veel groter aantal uitspraken van toepassing acht dan die welke in Nederland geacht worden aan de eis van uitspraak in het openbaar te zijn onderworpen. Het Verdrag laat geen vlucht uit de vonnissen naar de beschikkingen toe.'
HR 1 november 1985, NJ 1986, 277.
Zie HR 22 november 1996, NJ 1997, 205 (PAS).
Heeft de openbaarheid der rechterlijke beslissing alleen betrekking op vonnissen of dienen ook beschikkingen in het openbaar gegeven te worden?
Art. 6 EVRM spreekt in de Nederlandse vertaling thans neutraal van 'uitspraak'.1 De Franse term 'jugement' ziet niet slechts op contentieuze beslissingen, doch ook op voluntaire.2 In het Engelse recht wordt echter een onderscheid gemaakt tussen het 'judgment' (i.e. de einduitspraak in een contentieuze procedure) en de 'order' (i.e. de einduitspraak in een voluntaire procedure ).3 Het Europees Hof heeft in de zaak Axen4 geoordeeld dat de term judgment/jugement ook betrekking heeft op een Beschluss (vergelijk beschikking) van het Bundesgerichtshof, zodat het ervoor gehouden moet worden dat met vermelde term niet slechts vonnissen worden aangeduid, maar ook beschikkingen zijn bedoeld.
De openbaarheidseis is in de nationale wetgeving in beginsel slechts gesteld ten aanzien van vonnissen. Art. 5 lid 1 Wet RO spreekt van vonnissen en arresten; art. 121 Gw heeft het heel neutraal over 'de uitspraak', maar uit de wordingsgeschiedenis van dit artikel wordt duidelijk dat 'uitspraak' slechts betrekking heeft op vonnissen.5 Dit betekent dat volgens de nationale wet rechterlijke beschikkingen niet in het openbaar behoeven te worden uitgesproken, althans de wet bepaalt dat niet uitdrukkelijk; in art. 286 Rv staat slechts vermeld dat de rechter na afloop van de behandeling de dag bepaalt waarop hij uitspraak zal doen. Nergens staat dat die uitspraak in het openbaar zal geschieden. Ook onder het oude recht (in de twaalfde titel van Boek 1 Rv betreffende de verzoekschriftprocedure in eerste aanleg) werd slechts van de openbare behandeling gerept; een openbare beschikking was kennelijk niet vereist. Van diverse zijden is op de ongerijmdheid van dit resultaat gewezen.6 Voor een dergelijke onderscheiden behandeling is geen redelijk argument te verdedigen. Ofwel men is van de openbaarheid van vonnissen en beschikkingen niet overtuigd (en dan zou deze eis maar beter in zijn algemeenheid afgeschaft moeten worden of alleen nog betekenis moeten hebben voor partijen7), ofwel men staat wel achter de gedachte van openbaarheid der beslissingen, maar dan moet die gedachte ook over de gehele linie worden doorgetrokken. Het gaat niet aan voor wat betreft de openbaarheid consequenties te trekken op grond van een onduidelijke en vaak willekeurige scheiding tussen vonnissen en beschikkingen. 'Moeilijk valt aan te nemen dat de wetgever, door een rechterlijke uitspraak een "beschikking" te noemen in plaats van een "vonnis", of door het geschil te laten aanbrengen met een verzoekschrift in plaats van met een dagvaarding, zich aan een grondwettelijke "waarborg van de burger tegen geheime vonnissen" kan onttrekken', aldus reeds volkomen juist Drion in 1979.8
Aanvankelijk leek de Hoge Raad nog vast te houden aan de onderscheiden behandeling van beschikkingen in de wet.9 Met een uitspraak uit 1996 is echter duidelijkheid geschapen: de openbaarheidseis geldt ook ten aanzien van beschikkingen.10