Einde inhoudsopgave
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/2.5.2
2.5.2 Dekking door waarden
mr. N. Lavrijssen, datum 15-01-2015
- Datum
15-01-2015
- Auteur
mr. N. Lavrijssen
- JCDI
JCDI:ADS616281:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Op grond van art. 3:67 lid 4 Wft kunnen bij of krachtens AMvB regels worden gesteld met betrekking tot beleggingen, hetgeen is gebeurd in de artikelen 122 tot en met 124c van het Besluit prudentiële regels Wft.
Art. 122b lid 1 sub a Besluit prudentiële regels Wft.
Art. 122b lid 1 sub b Besluit prudentiële regels Wft.
Zie hierover nader paragraaf 2.2.4.
Het is voor een herverzekeraar met een zetel binnen de Europese Unie verboden om zonder vergunning het bedrijf van herverzekeraar uit te oefenen. Voor herverzekeraars met een zetel in Nederland is dit vastgelegd in art. 2:26a Wft, en voor herverzekeraars met een bijkantoor in Nederland in art. 2:26d Wft.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan achterstallige premies die door de herverzekeraar in kwestie zouden kunnen worden verrekend met een uitkering die hij moet doen aan de verzekeraar omdat het verzekerde risico zich heeft voorgedaan.
Art. 122 lid 2 Besluit prudentiële regels Wft.
Hiervan is sprake wanneer het een herverzekeraar betreft zonder zetel en bijkantoor in een lidstaat van de Europese Unie.
Art. 122 lid 1 van het Besluit prudentiële regels Wft.
De technische voorzieningen dienen te worden gedekt door waarden opdat de schuld ook daadwerkelijk kan worden voldaan. De reserveringen die ten behoeve van verzekerden worden gedaan in de vorm van technische voorzieningen, moeten immers wel tot uitkeringen aan verzekerden kunnen leiden wanneer het verzekerde risico zich voordoet. De technische voorzieningen kunnen onder andere worden gedekt door beleggingen,1 zoals obligaties, aandelen en onroerende zaken,2 en vorderingen. Bij deze vorderingen kan het bijvoorbeeld gaan om vorderingen uit hoofde van herverzekering.3 Heeft de verzekeraar in kwestie de risico’s die hij in dekking heeft genomen op zijn beurt verzekerd bij een herverzekeraar, dan zijn de mogelijke vorderingen van de verzekerden voor een bepaald deel gedekt door deze herverzekering. Voor welk deel is afhankelijk van de vraag of het om proportionele of niet-proportionele herverzekering gaat.4
Overigens kan een vordering op een herverzekeraar, die niet vergunningplichtig is op grond van de Wft of het recht van een andere lidstaat,5 alleen dienen als waarde ter dekking van de technische voorzieningen wanneer er geen tegenvordering6 van deze herverzekeraar op de verzekeraar in kwestie openstaat en het aannemelijk is dat de vordering zal worden voldaan door de herverzekeraar.7 Dit laatste criterium hangt samen met het feit dat herverzekering niet zonder meer betekent dat de technische voorzieningen voor dat deel gedekt zijn. Een herverzekeraar kan immers ook failliet gaan. Is de herverzekeraar in kwestie niet vergunningplichtig,8 zal er ook geen toezicht worden uitgeoefend op deze verzekeraar. De verzekerden van de primaire verzekeraar lopen daarmee mogelijk een groter risico dan wanneer de herverzekeringsovereenkomst is gesloten met een herverzekeraar die wel onder toezicht staat. Dat verklaart waarom in zo’n geval herverzekering alleen als waarde ter dekking van de technische voorzieningen kan dienen als het aannemelijk is dat de vordering zal worden voldaan.
De waarden die dienen ter dekking van de technische voorzieningen moeten worden gediversifieerd en gespreid. Dat betekent dat er verschillende soorten beleggingen moeten worden gedaan door de verzekeraar, zodat de risico’s zo veel mogelijk worden gespreid. Ook moet er een voorzichtig beleid worden gevoerd ten aanzien van waarden met een hoog risico.9 Dat betekent dat een verzekeraar voorzichtig moet zijn met het doen van risicovolle beleggingen. Deze regels zijn bedoeld om de uitkeringen van verzekerden zo veel mogelijk veilig te stellen, en dienen dus ter bescherming van de verzekerden.