Aandeelhoudersverantwoordelijkheid
Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/8.9:8.9 Een beperking van de gedragsnorm voor de algemene vergadering van aandeelhouders?
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/8.9
8.9 Een beperking van de gedragsnorm voor de algemene vergadering van aandeelhouders?
Documentgegevens:
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS302590:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit verband: hoofdstuk 5, paragraaf 5.7.1.
Slagter 2012.
De gedragsnormen komen dan ook op die wijze terug in dit richtsnoer.
Zie in dit verband: hoofdstuk 3, paragraaf 3.13.6.
HR 4 april 2014, NJ 2014, 286 m.nt. Van Schilfgaarde (Cancun).
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2009, nr. 395; Van Schilfgaarde/Winter & Wezeman 2013, nr. 5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 6 is ingegaan op de gedragsnormen die het uitgangspunt dat de individuele aandeelhouder zijn eigen belang mag behartigen beperken. Wordt het uitgangspunt dat de algemene vergadering van aandeelhouders het vennootschappelijk belang moet behartigen op eenzelfde manier beperkt?
Dat de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW van toepassing is op het gedrag van de algemene vergadering van aandeelhouders lijkt onbetwist. Zelfs Slagter, die verdedigt dat de individuele aandeelhouder niet gebonden is aan de redelijkheid en billijkheid,1 meent dat de aandeelhouder een metamorfose ondergaat als gevolg waarvan die aandeelhouder binnen de algemene vergadering van aandeelhouders wel gebonden is aan de redelijkheid en billijkheid.2 Mijns inziens is ook de bepaling betreffende misbruik van bevoegdheid van toepassing op het gedrag van de algemene vergadering van aandeelhouders.
Daarmee is echter niet bevestigd dat het uitgangspunt dat de algemene vergadering van aandeelhouders het vennootschappelijk belang moet behartigen wordt beperkt door deze gedragsnormen, evenals het uitgangspunt van aandeelhoudersautonomie. Het uitgangspunt van aandeelhoudersautonomie en het uitgangspunt van behartiging van het vennootschappelijk belang gaan immers om wezenlijk andere richtsnoeren. Het uitgangspunt dat de aandeelhouder zijn eigen belang mag behartigen, heeft tot gevolg dat hij in beginsel slechts rekening behoeft te houden met één belang, namelijk zijn eigen belang. Onder omstandigheden moet hij op grond van de gedragsnormen rekening houden met andere belangen, in de regel het vennootschappelijk belang. Het feit dat hij daarmee rekening moet houden, is onder meer het gevolg van het feit dat de vennootschap als een belangengemeenschap dient te worden beschouwd, waarvan de aandeelhouder onderdeel uitmaakt. Voor de algemene vergadering van aandeelhouders is het richtsnoer in zoverre anders, dat in het vennootschappelijk belang zelf al rekening moet worden gehouden met deze belangengemeenschap.3 De bij de vennootschap betrokken belangen ‘kleuren’ het vennootschappelijk belang.4 Als gevolg daarvan bestaat mijns inziens niet de noodzaak van een corrigerende werking van de gedragsnormen op het uitgangspunt van behartiging van het vennootschappelijk belang, deze corrigerende werking vindt al binnen de vorming van het vennootschappelijk belang plaats. Anders gezegd, door het vennootschappelijk belang te behartigen kan niet in strijd met de gedragsnormen worden gehandeld, want die gedragsnormen hebben al invloed op de vorming van het vennootschappelijk belang. Je zou kunnen stellen dat de werking van de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW en misbruik van bevoegdheid reeds heeft plaatsgevonden in de vorming van het vennootschappelijk belang.
Dit zou anders zijn wanneer wordt aangenomen dat de algemene vergadering van aandeelhouders niet het vennootschappelijk belang moet behartigen, maar het belang van de (gezamenlijke) aandeelhouders. In dat geval zullen de gedragsnormen wel een corrigerende werking kunnen hebben op het uitgangspunt dat de algemene vergadering van aandeelhouders het belang van de gezamenlijke aandeelhouders mag behartigen.
Niet kan worden ontkend dat er ook anders kan worden gedacht over de rol die de gedragsnormen spelen bij een orgaan dat het vennootschappelijk belang moet behartigen, zo ook door de Hoge Raad. In het in hoofdstuk 3 en 5 aangehaald Cancun-arrest5 overwoog de Hoge Raad:
‘Bij de vervulling van hun taak dienen de bestuurders zich naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming te richten (vgl. thans art. 2:239 lid 5 BW). Wat dat belang inhoudt, hangt af van de omstandigheden van het geval. Indien aan de vennootschap een onderneming is verbonden, wordt het vennootschapsbelang in de regel vooral bepaald door het bevorderen van het bestendige succes van deze onderneming. (…).
Bij de vervulling van hun taak dienen bestuurders voorts, mede op grond van het bepaalde in art. 2:8 BW, zorgvuldigheid te betrachten met betrekking tot de belangen van al degenen die bij de vennootschap en haar onderneming zijn betrokken (…). Deze zorgvuldigheidsverplichting kan meebrengen dat bestuurders bij het dienen van het vennootschapsbelang ervoor zorgen dat daardoor de belangen van al degenen die bij de vennootschap of haar onderneming zijn betrokken niet onnodig of onevenredig worden geschaad. [onderstreping BK]’
Hier lijkt de Hoge Raad te overwegen dat bestuurders het vennootschappelijk belang dienen te behartigen, maar dat het bestuur er daarnaast rekening mee dient te houden dat geen belang onnodig of onevenredig wordt geschaad. Een dergelijke opvatting kan ook in de literatuur worden teruggevonden.6 Mij lijkt deze opvatting, zoals hierboven aangegeven, onjuist. Het vennootschappelijk belang houdt als gevolg van het feit dat al deze belangen relevant zijn voor het inkleuren van het vennootschappelijk belang al rekening hiermee, waardoor het orgaan niet nogmaals kan worden gedwongen deze belangen mee te wegen. Voor zover de Hoge Raad hier bedoelt te overwegen dat deze belangen in het kader van de zorgvuldigheidsplicht moeten worden afgewogen bij het vaststellen van het vennootschappelijk belang, kan ik dit wel volgen, maar van een dergelijke overweging lijkt geen sprake te zijn.