Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VIII.4.5:VIII.4.5 Andere rechtspersonen en personenvennootschappen
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VIII.4.5
VIII.4.5 Andere rechtspersonen en personenvennootschappen
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178736:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Schiedsfähigkeit II-arrest beperkt zich tot de GmbH. Naar de heersende leer is van besluitenarbitrabiliteit in de Aktiengesellschaft vooralsnog geen sprake. Anders dan de meer contractueel georiënteerde GmbH kent de Aktiengesellschaft het principe van Satzungsstrenge: de regels van het Aktiengesetz bepalen dwingendrechtelijk en uniform de inrichting van een Aktiengesellschaft (§ 23 V AktG).1 Niettemin gaan in de doctrine veel stemmen op om besluitenarbitrabiliteit ook in de Aktiengesellschaft te verwezenlijken. De voorwaarden van het Bundesgerichtshof laten zich weliswaar slecht toepassen in de grote, beursgenoteerde Aktiengesellschaft, maar kunnen zonder problemen ingang vinden in de kleine Aktiengesellschaft met een meer besloten karakter.2
Het onderscheid tussen de NV en de BV is in Nederland niet zo strikt. Veel NV’s hebben een persoonlijk, besloten karakter, terwijl sommige BV’s zich juist kenmerken door open verhoudingen. Het beperken van besluitenarbitrage tot de BV ligt daarom geenszins voor de hand. Wel is besluitenarbitrage moeilijk denkbaar als een NV beursgenoteerd is of aandelen op naam kent. Een arbitrageprocedure leent zich niet voor massale of anonieme geschillen.3
Ook de aard van andere rechtspersonen – de vereniging, de stichting en de coöperatie – werpt geen onoverkomelijke obstakels op voor de arbitrabiliteit van besluiten. Als het in een BV kan en gewenst is, dan bestaat aan besluitenarbitrabiliteit vast evenzeer behoefte in bijvoorbeeld een kleine vereniging. Het voordeel hiervan zou zijn dat meer twijfelachtige besluiten aan een juridische toets worden onderworpen. Zeker in kleine genootschappen is de stap naar de overheidsrechter een te grote.
Inmiddels heeft het Bundesgerichtshof ook in de personenvennootschap besluitenarbitrage onder voorwaarden toegelaten.4 Mijns inziens staat buiten twijfel dat dit in Nederland ook kan, zelfs zonder de strenge voorwaarden die hiervoor zijn uiteengezet.