Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/5.2.3
5.2.3 Discussiepunten Nederlandse invulling van gkg en aansluiting commerciële winstbegrip
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS396367:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
H.J. Hofstra, Bedrijfsbalans en belastingbalans, Weekblad der Belastingen 1940, nr. 3533, blz. 110.
De meest recente stukken over deze thema’s zijn de door Vereniging voor belastingwetenschap gepubliceerde geschriften “totaalwinst” en “goed koopmansgebruik Qua vadis” nr. 253 en nr. 254. Voor een bespreking van beide rapporten zie L.J.A. Pieterse, Het winstbegrip, een exegese in tweevoud, WFR 2015/1257. Het is niet de insteek van mijn onderzoek om hetgeen in deze rapporten naar voren komt nog een keer te herhalen. De bedoeling is om te kijken hoe Duitsland omgaat met de door mij geformuleerde discussiepunten over de Nederlandse invulling van het fiscale winstbegrip.
Daarmee bedoel ik het door de wetgever vastleggen van fiscale winstbepalingsregels, of anders geformuleerd wettelijke vastlegging van de beginselen of regels van goed koopmansgebruik.
Ik versta onder principle-based een wetgever die een open norm hanteert, gekozen heeft voor een rechtelijke invulling van het fiscale winstbegrip en een rechter die het fiscale winstbegrip aan de hand van beginselen heeft ingevuld (zie hoofdstuk 5.2.1.2).
Hofstra gaf reeds in 1940 aan dat wat winst is, niemand in een algemene formule kan zeggen.1 Menig fiscaal auteur heeft het toch geprobeerd, of er een mening over gegeven, want er is ontelbaar veel literatuur te vinden waarin (de invulling van) totaalwinst, jaarwinst, goed koopmansgebruik en de aansluiting bij de bedrijfseconomische winst wordt bediscussieerd.2 Uit een analyse van wet, parlementaire stukken, jurisprudentie en literatuur komt het mij voor dat er op hoofdlijnen een tweetal discussiepunten rondom het fiscale winstbegrip de boventoon voert:
Zou ten aanzien van het fiscale winstbegrip een meer “rule-based principe’’3 of een meer “principle-based principe’’4 moeten worden gehanteerd?
Zou ten aanzien van het fiscale winstbegrip meer aansluiting gezocht moeten worden bij de invulling van het commerciële winstbegrip?
Deze discussiepunten zal ik hieronder nader uitwerken en toetsen aan mijn in hoofdstuk 1.3.2.4 besproken toetsingskader, namelijk aan de i. fiscaal-beleidsanalytische toets, ii. fiscaal-juridische toets, iii. fiscaal-wetstechnische toets en iv. internationale/Europese fiscale ontwikkelingentoets.
5.2.3.1 Invulling van goed koopmansgebruik; “rule-based’’ versus “principle-based’’5.2.3.2 Aansluiting bij de commerciële winstbepaling