Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/10.4.7.11:10.4.7.11 Wat zijn de gevolgen als het onzakelijkheidsvermoeden in werking treedt?
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/10.4.7.11
10.4.7.11 Wat zijn de gevolgen als het onzakelijkheidsvermoeden in werking treedt?
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491413:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover ook Bouwman & Boer 2019, onderdeel 7B.2.1.
In andere zin Hof Amsterdam, V-N 2002/4.16. In deze bedrijfsfusiezaak overtrad de overdrager het toenmalige vervreemdingsverbod. Er was niet gesteld of gebleken dat de overdrager alsnog had afgerekend over de waarde van de overgedragen goodwill. De overnemer wilde alsnog afschrijven over de verkregen goodwill. Het hof stond dat niet toe.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien het onzakelijkheidsvermoeden wordt geactiveerd, is het aan de belastingplichtige om tegenbewijs te leveren. Als dat niet lukt, is de splitsingswinst alsnog belast bij de splitser. Het zou consistent zijn als de verkrijger(s) de verkregen vermogensbestanddelen in zo’n geval alsnog op de fiscale balans mag (mogen) opnemen voor de waarde in het economische verkeer ten tijde van de splitsing.1 Gelet op HR BNB 2002/257 lijkt zo’n (op)boeking toegestaan. In die zaak droeg een moedervennootschap een onderneming inclusief goodwill over aan haar dochtervennootschap, zonder daarbij fiscaal winst te verantwoorden. De inspecteur kon aan de moedermaatschappij geen navorderingsaanslag meer opleggen en gewetensgeld werd niet betaald. De dochtervennootschap had de goodwill aanvankelijk niet geactiveerd op haar fiscale balans. Volgens de Hoge Raad mocht de dochtervennootschap dat alsnog doen, waarna zij daarover kon afschrijven.2