Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/5.3.2.1
5.3.2.1 Toets aan de grondslagen en doelstellingen van de splitsingsregels
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491504:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
De kwaliteitseisen uit de nota Zicht op wetgeving hebben niet slechts tot doel een instrumentarium te creëren voor (achteraf)evaluatie van een regeling. Ook de vraag naar de noodzakelijkheid van een regeling kan met deze eisen worden benaderd. Zie onderdeel 5.2.1. In het toetsingskader van de Raad van State is de vraag of een regeling nodig is onderdeel van de vraag naar de inpassing in het bestaande recht. Zie onderdeel 5.2.6. Hoewel noodzakelijkheid in mijn onderzoek geen afzonderlijk criterium is, leg ik die toets – waar nodig – aan als onderdeel van de fiscaal-theoretische toets.
Dit onderzoek richt zich op de kwaliteit van de splitsingsregels in de vennootschapsbelasting. Deze regels staan niet op zichzelf, maar maken onderdeel uit van het fiscale stelstel als geheel en de vennootschapsbelasting in het bijzonder. In hoofdstuk 4 is dit theoretisch kader uitgewerkt. Daar is de koppeling gemaakt tussen de doelstellingen van de splitsingsregels in de vennootschapsbelasting en de grondslagen van die regels; de belastingbeginselen. De fiscaal-theoretische toets bouwt hierop voort en gaat over de vraag in hoeverre de splitsingsregels in de vennootschapsbelasting de toets aan die grondslagen (belastingbeginselen) en doelstellingen kunnen doorstaan. Daarbij speelt ook de vraag of (al) die regels noodzakelijk zijn.1 Ook moet aandacht uitgaan naar de wisselwerking tussen die regels en andere regels in de Wet VPB 1969.