Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/4.2.1
4.2.1 Het ontbreken van internationale reflectie
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS579044:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. p. 4 resp. p. 5 van de Nota 'Modernisering van het ondernemingsrecht.'
Rapport van de High Level Group of Company Law Experts (2002b), p. 29.
Rapport van de High Level Group of Company Law Experts (2002b), p. 29 (cursv. J.B.S.H.)
Zie ook de opmerking dat 'going forward the [High Level] Group believes that an important focus of the EU policy in the field of company law should be to develop and implement company law mechanisms that enhance the efficiency and competitiveness of business across Europe. (...) Proper mechanisms for the protection of shareholders and creditors add to efficiency of company law regulation, as they reduce the risks and costs involved for those who participate in and do business with companies.' (p. 29-30 van het Rapport van de High Level Group of Company Law Experts (2002b), cursv. J.B.S.H.).
P. 3 van de Nota, met cursv. J.B.S.H. Terecht kritisch hierover is M. Raaijmakers (2004c), p. 954. Hij merkt op dat door hem 'ander dan de Nota, niet de bescherming van andere belanghebbenden voorop [wordt] gesteld, omdat die grondslag het onmisbare vertrekpunt is voor modernisering van ons ondernemingsrecht.'
M. Raaijmakers (2004c), p. 950-951 en 959.
Deze doelstellingen zijn te vinden in de conclusies van de Europese Raad van Lissabon van maart 2000. Hierin legde de Europese Unie zichzelf (onder 5) deze doelstellingen op (te vinden op: http://ec.europa.eu/growthandjobs/councils_en.htm.). Over deze doelstellingen en de gevolgen daarvan voor het Nederlandse ondernemingsrecht: Raaijmakers (2005a), p. 1 e.v.
Vgl. de Mededeling van de Voorzitter van de Europese Commissie van 2 februari 2005 aan de Europese Voorjaarsraad, 'Samen werken aan werkgelegenheid en groei. Een nieuwe start voor de Lissabon-strategie'. Hoewel hierin minder uitdrukkelijk wordt gesproken over het zijn van de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie — in 2010 — blijven de strategische doelstellingen van de Europese Unie gericht op (economische) groei en werkgelegenheid. Vgl. bijvb. p. 4 van de Mededeling: 'hernieuwde groei is cruciaal voor welvaart, kan opnieuw leiden tot volledige werkgelegenheid en vormt de basis voor sociale rechtvaardigheid en kansen voor iedereen.'
Zo is bijvb. het FSAP van de Europese Commissie uit 1999 uitdrukkelijk gekoppeld aan de Lissabon-strategie. Hierover Kristen (2004), p. 162-168 en Van Haerstolte (2006a), p. 102-103. Van het FSAP maken voorts weer onderwerpen deel uit die, in ieder geval in Nederland ten minste gedeeltelijk, tot het vennootschapsrecht worden gerekend. Zo werden op p. 24 van het FSAP genoemd: de Ovemamerichtlijn, de SE-verordening en de Richtlijn grensoverschrijdende fusies. Hierover ook Van Haerstolte (2006a), p. 104 en (2006b) p. 141-143.
M. Raaijmakers (2004c), p. 959.
Het EERP is op 12 december 2008 door het Europees Parlement aangenomen. Verwijzingen in dit plan naar de Lissabon-doelstellingen zijn te vinden op p. 4-7, 9, 10 en 12.
Kamerstukken II, 29 752, nrs. 4 en 5 (respectievelijk vergaderjaar 2005/2006 en 2007/2008).
Hoewel de Nota "Modernisering van het ondernemingsrecht" inzicht verschaft in de doelstellingen, in de ogen van de Nederlandse regering, van het vennootschapsrecht, roept de Nota ook vragen op. Deze vragen houden verband met het ontbreken van een visie over de verhouding tussen de doelstellingen van het Nederlandse vennootschapsrecht en internationale ontwikkelingen. Weliswaar wordt in de Nota opgemerkt dat "de invloed van Europa onmiskenbaar is" en "de Europese Unie een bijzondere omgevingsfactor is".1 Maar welke gevolgen deze Europese invloeden hebben, of zouden moeten hebben, voor de doelstellingen van het Nederlandse vennootschapsrecht, wordt niet geëxpliciteerd.
Opvallend in de Nota is dat de daarin genoemde doelstelling om "een voor ondernemers en bedrijfsleven bruikbaar stel regels en instituties bieden" in eerste instantie lijkt aan te sluiten bij de opvattingen van de High Level Group of Company Law Experts. Zonder daar overigens expliciet aan te refereren of naar te verwijzen. De High Level Group of Comp of Company Law Experts noemde namelijk als "the primary purpose of company law": "to provide a legal framework for those who wish to undertake business activities efficiently, in a way they consider to be best suited to attain success. Company law should first of all facilitate the running of efficient and competitive business enterprises."2 Weliswaar wordt daaraan toegevoegd dat "protection of shareholders and creditors is an integral part of any company law".3 Dat bescherming van de bij de vennootschap betrokkenen deel uitmaakt van het vennootschapsrecht, betekent echter niet dat het een doel — laatst staan het eerste of enige doel — is van het vennootschapsrecht. Dit element zou, derhalve, ook niet voorop moeten staan in het vennootschapsrecht.4
Wanneer de opvattingen in de Nota "Modernisering van het ondernemingsrecht" worden vergeleken met de opvattingen van de High Level Group of Company Law Experts, valt op dat de Nota sterk de "beschermingsgedachte" uitstraalt.Voorbeelden daarvan zijn de opmerkingen in de Nota dat "[g]ebruiksvriendelijkheid voor het bedrijfsleven (...) echter niet het enige doel [mag] zijn van het vennootschaps- en ondernemingsrecht (...) crediteuren [moeten] wel worden beschermd tegen oneigenlijk profiteren van (...) beperkte aansprakelijkheid (...) [en] [o]ok de bescherming van andere belangen, waaronder het belang van werknemers en de omgeving van een onderneming bij continuïteit, kan worden betrokken bij het besluit van de wetgever om gebruik van het instrument aan nadere regels te binden."5 Op nog een punt ontbreekt in de Nota "modernisering van het ondernemingsrecht' de link met Europese ontwikkelingen. In de Nota wordt, zoals Raaijmakers terecht constateert, geen verband gelegd met de zogenoemde "Lissabon-strategie" of "Lissabon-doelstellingen".6 Deze doelstellingen behels(t)en de inzet van de Europese Unie om in 2010 "to become the most competitive and dynamic knowledge-based economy in the world, capable of sustainable economie growth with more and better jobs and greater social cohesion".7 De Lissabon-doelstellingen mogen weliswaar inmiddels een "doorstart" hebben gemaakt.8 Zij vormden — en vormen — een belangrijke beleidsdoelstelling van de Europese Unie en daarmee dé relevante omgevingsfactor voor de inhoud van de doelstellingen van het Nederlandse vennootschapsrecht.9 Niet ten onrechte is om die reden opgemerkt dat de Lissabon-doelstellingen zouden moeten worden gezien als "bepalend en richtinggevend voor de 'modernisering' van ons gehele ondememingsrecht."10 Ook de recente financiële crisis doet hieraan geen afbreuk. Zo worden ook in het "European Economie Recovery Plan" (EERP) van 26 november 2008 de Lissabon-doelstellingen nog steeds genoemd.11 Het leggen van een verbinding tussen de (gewijzigde) Europese beleidsdoelstellingen en de beoogde doelstellingen van het Nederlandse vennootschapsrecht is echter, ook in de sinds de publicatie van de Nota Moderniseringsrecht aan de Tweede Kamer verzonden voortgangsmededelingen over dit onderwerp, uitgebleven.12