Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/6.3.1
6.3.1 Het platform als facilitator: Werkspot
Eric Tjong Tjin Tai & Jaap van Slooten, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Eric Tjong Tjin Tai & Jaap van Slooten1
- JCDI
JCDI:ADS288459:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Jaap van Slooten is als advocaat betrokken bij sommige in dit artikel genoemde platforms en heeft zich om die reden afzijdig gehouden van de passages die op die platforms betrekking hebben.
Zie: www.werkspot.nl.
Zie echter de brief van de Minister van SZW d.d. 18 juni 2020 (Kamerstukken I 2019/20, 35074, T, p. 16-17), waarin wordt aangekondigd dat de Waadi middels een wetswijziging op dit punt ook voor sommige platforms gaat gelden.
Art. 17.1 algemene voorwaarden Werkspot, geraadpleegd via www.werkspot.nl op 1 maart 2020.
HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1134, NJ 2016/450, m.nt. Tjong Tjin Tai.
HR 12 maart 2012, ECLI:HR:2012:BV0616, JAR 2012/110, NJ 2014/414.
Typering en aanvang
Werkspot is een platform van het type a: facilitator.2 Het werkt, kort gezegd, als volgt. Een ‘vakman’ (een natuurlijk persoon die zich beschikbaar stelt voor het verrichten van opdrachten) schrijft zich in op het platform krachtens een overeenkomst met Werkspot. Een opdrachtgever heeft een bepaalde klus, gaat op Werkspot kijken en plaatst deze klus. Ook tussen hem en het platform komt een overeenkomst tot stand op het moment waarop hij zich inschrijft om toegang te krijgen tot de vakmannen. Typerend voor Werkspot is dat het verder geen bemoeienis heeft met de inhoud en totstandkoming van de overeenkomst tussen opdrachtgever en vakman. Dit wordt geheel overgelaten aan partijen. Zowel over de prijs, als over de duur en nadere voorwaarden wordt niets geregeld in de overeenkomsten met het platform. Wel bedingt Werkspot dat het een ‘leadprijs’ krijgt van de vakman voor het aanbrengen van een succesvolle ‘lead’ (een opdracht van een opdrachtgever). Hierop is de Waadi niet van toepassing, nu er geen arbeidsovereenkomst tot stand komt tussen de vakman en de opdrachtgever.3
Einde
De overeenkomst tussen Werkspot en de vakman wordt aangegaan voor onbepaalde duur.4 De vakman kan op ieder moment deze overeenkomst opzeggen. Werkspot moet een opzegtermijn van een maand in acht nemen. Er is geen beperking opgenomen ten aanzien van de opzeggingsgronden. Wel is er een aparte bepaling die Werkspot het recht geeft om een overeenkomst te ontbinden wegens ‘gegronde redenen’. Deze redenen zijn, kort gezegd, door partijen op voorhand als tekortkoming aangemerkte gedragingen van de vakman. Denk hierbij aan misleiding door de vakman (het schrijven van fakereviews) of het niet langer voldoen aan de regelgeving. Het recht op schadevergoeding van de vakman wegens beëindiging van de overeenkomst door Werkspot is niet uitgesloten. Dat kan op grond van de redelijkheid en billijkheid aan de orde zijn bij duurovereenkomsten.5 Wel is het recht op schadevergoeding in de overeenkomst beperkt tot de directe schade die de vakman lijdt en gemaximeerd op € 500. Of dat steeds afdwingbaar is ondanks de contractuele afspraak, is een kwestie van de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid. Aangezien de overeenkomst tussen Werkspot en de vakman niets regelt over de relatie tussen de vakman en de opdrachtgever, is weinig te zeggen over de beëindigingsvoorwaarden daarvan. Aangenomen mag worden dat dit doorgaans een resultaatsverbintenis zal zijn die eindigt bij het opleveren van het aangenomen werk.
Loon
Aangezien de prijs of vergoeding direct wordt overeengekomen tussen vakman en opdrachtgever, bevat de overeenkomst tussen de vakman en Werkspot hierover niets. Werkspot garandeert dus op geen enkele manier dat de vakman ook betaald krijgt voor zijn werkzaamheden. Uiteraard bevat de overeenkomst wel een regeling over betaling van de leadprijs. Deze wordt door Werkspot aan de vakman gecommuniceerd voordat hij de lead accepteert. Over de hoogte hiervan is de overeenkomst onduidelijk. Deze is afhankelijk van de inhoud van de gevraagde kluswerkzaamheden en de wijze waarop de reactie wordt verzonden en kan van tijd tot tijd wijzigen. De vakman is de leadprijs verschuldigd indien hij een lead ontvangt naar aanleiding van een reactie. De overeenkomst met de opdrachtgever zal dan meestal nog niet tot stand zijn gekomen, zodat het risico bestaat dat de vakman de leadprijs al aan Werkspot verschuldigd is, terwijl er misschien uiteindelijk geen betaalde werkzaamheden uit voortvloeien. Restitutie wordt toegekend in de vorm van een tegoed op het platform. Werkspot is bevoegd de tarieven te wijzigen. Is de vakman het daar niet mee eens, dan heeft hij het recht om de overeenkomst op te zeggen.
De Wet minimumloon is ook van toepassing op platformwerkers die arbeid verrichten, tenzij dat gebeurt in de uitoefening van bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van beroep (art. 2 lid 2 sub b WML). De begrippen ‘beroep’ en ‘bedrijf’ komen overeen met het ondernemerschap in fiscale zin.6 Om te bepalen of een platformwerker ondernemer is, gelden een aantal elementen zoals: of de opdrachtnemer meer dan één opdrachtgever heeft, ondernemersrisico loopt, aantoonbaar aan acquisitie doet, zich naar buiten toe als zelfstandig ondernemer presenteert, debiteurenrisico loopt, winst maakt of het oogmerk heeft om winst te behalen die redelijkerwijs ook te verwachten is. Ook het doen van investeringen in bedrijfsmiddelen wordt meegenomen.7 In grote meerderheid zullen vakmannen van Werkspot als ondernemer kwalificeren en dus niet in aanmerking komen voor de WML.
Aansprakelijkheid voor schade geleden door de platformwerker
Een platformwerker kan onder omstandigheden een beroep doen op de bescherming van art. 7:658 lid 4 BW. In Davelaar/Allspan8 heeft de Hoge Raad de bescherming van deze bepaling zo uitgelegd dat deze ook ziet op ‘personen die zich, wat betreft de door de werkgever in acht te nemen zorgverplichtingen, in een met een werknemer vergelijkbare positie bevinden’. Het arrest stelt twee voorwaarden om als niet-werknemer voor bescherming bij schade tijdens de uitoefening van werkzaamheden in aanmerking te komen: ten eerste moet de platformwerker werkzaamheden verrichten in het kader van het bedrijf van de inlener. Dat zou in dit geval het bedrijf van de opdrachtgever zijn en niet zozeer dat van Werkspot. Werkspot heeft immers geen bedrijf in het kader waarvan klussen worden gedaan. Mogelijk heeft de platformwerker wel een dergelijke vordering ten opzichte van de opdrachtgever. Dat is echter afhankelijk van diverse omstandigheden. In de tweede plaats moet de platformwerker, om in aanmerking te komen voor bescherming ex art. 7:658 BW voor zijn veiligheid afhankelijk zijn van de inlener. Ook daarop kan Werkspot geen invloed uitoefenen. Ter vergelijking: om onder de Arbeidsomstandighedenwet te vallen, is van belang dat de platformwerker ‘onder gezag’ werkt (art. 1 lid 2 sub a ten eerste). Ook dat is bij Werkspot niet aan de orde. Hierboven in paragraaf 6.2 signaleerden wij dat soms art. 7:406 lid 2 BW een grondslag biedt voor een platformwerker om zijn opdrachtgever aansprakelijk te stellen. Voor een professionele opdrachtnemer is die grondslag alleen interessant indien de opdracht een bijzonder gevaar oplevert, dat gevaar het normale bedrijfsrisico te buiten gaat en het evenmin aan hem kan worden toegerekend. Ook deze grondslag zal daarmee niet snel aan de orde zijn.
Aansprakelijkheid voor door derden geleden schade
Denkbaar is dat de vakman schade toebrengt aan anderen in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Dat kan de opdrachtgever zijn of nog een ander. Art. 6:170 BW biedt de ‘ondergeschikte’ in het algemeen bescherming doordat alleen de werkgever aansprakelijk kan worden gehouden door de derden. Op grond van lid 3 van art. 6:170 BW geldt dat in hun onderlinge verhouding alleen de opdrachtgever en niet de ondergeschikte draagplichtig is. De platformwerker kan alleen aanspraak maken op deze bescherming als hij ondergeschikt is, welk begrip ruim wordt uitgelegd in de rechtspraak. Van ondergeschiktheid is sprake indien de opdrachtgever de bevoegdheid heeft om bij de opgedragen werkzaamheden enige aanwijzingen en bevelen te geven. Daarom is het denkbaar dat een opdrachtgever jegens een derde aansprakelijk is voor door een vakman veroorzaakte schade. Werkspot zelf heeft zich niet het recht voorbehouden in de overeenkomst met de vakman om aanwijzingen te geven bij het uitvoeren van de klussen. De vakman kan dus alleen in sommige gevallen bescherming ontlenen aan art. 6:170 lid 3 jegens de opdrachtgever, niet jegens Werkspot.
De vraag is echter of Werkspot wellicht zelf nog aansprakelijk is op grond van art. 6:171 BW. Dit betreft de kwalitatieve aansprakelijkheid voor de hulppersoon. Het artikel stelt evenwel de eis dat de werkzaamheden ter uitoefening van het bedrijf van de opdrachtgever worden uitgevoerd. Hiervoor werd al geconcludeerd dat Werkspot niet zelf een klusbedrijf voert. Er is in theorie nog een discussie te voeren over de vraag of derden daarvan niet uit mogen gaan, maar dat lijkt onwaarschijnlijk.
Conclusie
Uit bovenstaande analyse blijkt dat een vakman er betrekkelijk alleen voor staat en weinig bescherming kan verwachten. Dat laat zich verklaren doordat Werkspot kan worden gezien als facilitator en/of verlener van ICT-diensten. Nu Werkspot niet betrokken is bij totstandkoming en/of uitvoering van de klusopdrachten, kan de vakman geen bescherming ontlenen aan de aansprakelijkheidsbepalingen jegens Werkspot. Zoals hierboven in paragraaf 6. 2 uiteengezet, is denkbaar dat zich in de toekomst een norm ontwikkelt op basis waarvan een platform aansprakelijk is jegens de platformwerker voor door de opdrachtgever veroorzaakte schade, omdat het platform onvoldoende controle heeft uitgeoefend op de opdrachtgever.