Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.3.3
10.3.3 Achtergrond van het zakelijkheidsbeginsel
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258660:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
De OESO-richtlijnen staan formeel bekend als de Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations2017.
De volgende EU-landen zijn OESO-lid: België, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Zweden. De overige EU-landen zijn geen OESO-lid, maar volgen de principes daaruit wel: Bulgarije, Cyprus, Kroatië, Malta en Roemenië.
F. Idsinga, B-J. Kalshoven & M. van Herksen, Let’s Tango! The Dance between VAT, Customs and Transfer Pricing, ITPJ 12(5), p. 201.
Indien gelieerde ondernemingen transacties aangaan (intragroepstransacties), moeten interne verrekenprijzen worden vastgesteld. De prijsstelling van deze transacties heeft invloed op de winstverdeling en daarmee de belastingopbrengst tussen landen. Voor een evenwichtige winstverdeling tussen landen moeten interne verrekenprijzen zakelijk worden vastgesteld. Daarbij wordt door zowel OESO-landen als niet-OESO-landen aansluiting gezocht bij de internationale standaarden zoals vastgesteld in artikel 9 van het OESO-Modelverdrag en de daaruit voorvloeiende Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations 2017 (OESO-richtlijnen).1 De OESO-richtlijnen hebben tot doel dat interne verrekenprijzen in lijn met het arm’s length-beginsel worden vastgesteld, wat inhoudt dat de prijzen worden vastgesteld als ware beide ondernemingen onafhankelijk van elkaar. De VN voorziet daarnaast in een Practical Manual on Transfer Pricing for Developing Countries 2017 (VN-richtlijnen) waarin zij ontwikkelingslanden praktische handvatten biedt bij het vaststellen van verrekenprijzen. Aangezien de EU-landen lid zijn van de OESO dan wel de OESO-richtlijnen volgen,2/3 baseer ik mij voor de bespreking van de invloed van de vaststelling van interne verrekenprijzen op de vaststelling van de transactiewaarde bij intragroepstransacties op de OESO-richtlijnen, tenzij anders aangegeven.
Voor het douanerecht heeft de zakelijke prijsstelling van intragroepstransacties een andere achtergrond. De zakelijkheidstoets wordt voor de vaststelling van de douanewaarde namelijk gebruikt om ervoor te zorgen dat invoerrechten zoveel als mogelijk worden geheven over de economische waarde van de ingevoerde goederen ondanks de verbondenheid van partijen. Met de vaststelling van verrekenprijzen wordt daarentegen invloed uitgeoefend op de grondslag van de winstbelasting en daarmee lijkt winstallocatie het voornaamste doel voor de vaststelling van verrekenprijzen. Hoewel de achtergrond van de zakelijkheidstoets anders is, is het doel gelijk. Zoals in onderdeel 10.2.2 reeds toegelicht is de zakelijkheidstoets voor zowel de vaststelling van de douanewaarde als interne verrekenprijzen bij intragroepstransacties er namelijk op gericht om een prijs vast te stellen die ook tussen onafhankelijke derden tot stand zou zijn gekomen.