Einde inhoudsopgave
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/2.2.3
2.2.3 Tijd
mr. P. Sluijter, datum 31-10-2011
- Datum
31-10-2011
- Auteur
mr. P. Sluijter
- JCDI
JCDI:ADS595540:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook O'Hare & Browne 2005, p. 11-15.
Zie de hierna te bespreken doorlooptijden.
Van Velthoven & Ter Voert 2003, p. 165-168.
Ook de wachttijd van de justitiabelen zelf is in geld uit te drukken, wanneer naar hun willingness to pay wordt gevraagd: de bereidheid om te betalen om de procedure x tijdseenheden te laten versnellen. Deze methode is bijvoorbeeld gebruikt in Rapport 'De tijd loopt door' 2007, zie met name p. 5.
De doorlooptijd (of doorlooptijden als meerdere instanties worden doorlopen) is slechts een deel van dit totale tijdsverloop, namelijk de tijd die verloopt tussen de start en het einde van de officiële gerechtelijke procedure. Zie voor een strakke definitie Eshuis 2005, p. 10.
Het aantal ingestroomde handelszaken, insolventies en kortgedingen bedroeg in 2009 bij de rechtbank (civiele sector) 113.750 en bij het hof 10.400 zaken. Bij de sector kanton waren er 660.120 handelszaken, arbeidszaken en kortgedingen. De gemiddelde doorlooptijd van kantonzaken waarin verweer is gevoerd, is uitgesplitst in zaken met enquête, descente of pleidooi (41 weken) en zonder (15 weken), Zie voor deze cijfers het Jaarverslag Raad voor de Rechtspraak 2009, p. 59 en 64.
Zie Asser/Hartkamp 4-I 2000, nr. 653.
Zuckerman 2006, p. 11-12.
In Knapen 2008, p. 79-81, noemen Heemskerk en Callemeijn met name echtscheidingen. Daarnaast is er de theorie van hedonic adaptation bij letselschade, die er van uitgaat dat slachtoffers leren leven met hun letsel en hun oude geluksniveau bereiken. Op grond daarvan zou een vertraagd proces eerder tot een schikking leiden, zie Bronsteen, Buccafusco & Masur 2008.
Zie o.a. Barendrecht & Klijn (red.) 2004, p. 44-45; Barendrecht, Sluijter & Van Zeeland 2008, p. 2692; Spier 1992.
Zie Smits 2008, p. 203-258.
Bij het bepalen van de prijs-/kwaliteitsverhouding van de dienstverlening van het procesrecht, speelt ook de gemoeide tijd een grote rol, zowel aan de kant van de prijs als aan de kant van de kwaliteit.1
Aan de kant van de prijs gaat het om de tijd die mensen kwijt zijn aan het proces, die ze ook aan andere zaken hadden kunnen besteden. Al direct bij het ontstaan van het conflict kost het de betrokkenen tijd, omdat mensen gaan nadenken over een oplossing. Ook het benaderen van de wederpartij, het inschakelen van hulp en het bezoeken van zittingen bij de rechter of mediator kosten tijd. In een handelszaak waarin de partijen eerst onderhandelen en vervolgens de zaak achtereenvolgens aanbrengen bij de rechtbank en het hof, is men al snel gedurende een aantal jaren2 steeds op onregelmatige basis uren of dagen kwijt aan het geschil. Het is de vraag hoeveel tijd mensen over hebben voor het bereiken van een oplossing. Het is in elk geval aannemelijk dat de meeste mensen met een juridisch geschil liever binnen een paar dagen een uitkomst bereiken dan pas na een paar jaar. Mensen die hun probleem aanpakken, ervaren vaak negatieve effecten op hun werk en in de persoonlijke levenssfeer.3 Een langere en/of intensievere procedure betekent dus ook dat dit soort effecten heftiger zijn. Wanneer burgers een procedure willen beginnen, zullen ze de lasten van de ingeschatte te besteden tijd meenemen in hun afweging of de beoogde uitkomst de procedure wel waard is. Tijd als prijs is soms moeilijk te onderscheiden van het hierna te bespreken criterium van kosten. Tijd is vaak uit te drukken in geld, met name wanneer het de tijd van rechters, advocaten en getuigen betreft, omdat die ook voor hun bestede tijd betaald krijgen.4
Aan de kant van de kwaliteit staat het criterium tijd wat verder weg van de kosten en is het juist nauwer verbonden met de kwaliteit van uitkomsten. Het gaat daarbij niet om de bestede tijd, de tijd dat men effectief bezig is met de zaak, maar om het tijdsverloop: de totale tijd die verstrijkt tussen ontstaan en uitkomst van het conflict.5 De doorlooptijd van een handelszaak bij de rechtbank waarin verweer werd gevoerd, bedroeg in 2007 gemiddeld 61 weken bij de rechtbank (sector civiel). Bij het hof was dit zelfs 72 weken.6 Vertraging kan leiden tot een bemoeilijkte waarheidsvinding vanwege verdwijnend bewijs, zoals vervagende herinneringen van getuigen en weggegooide administraties. Om onder andere deze reden kent het materiële recht verjaringstermijnen.7 Daarom is het ook zorgelijk dat een vorderingsrecht na vijf jaar verjaart omwille van rechtszekerheid en waarheidsvinding, terwijl vervolgens een letselschadeprocedure soms wel tien jaar kan duren.
Naast problemen met de waarheidsvinding, kan een te lang proces ook leiden tot een afnemende mogelijkheid voor de rechter om onrecht terug te draaien en om dus tot een goede uitkomst te komen.8 Een veroordeling tot rectificatie drie jaar na de onrechtmatige publicatie heeft weinig herstellende waarde meer, ook al is deze veroordeling op basis van de feiten en het materiële recht volledig correct en scoort de uitspraak goed op basis van het hiervoor als eerste geformuleerde criterium ' kwaliteit van uitkomsten' . Hetzelfde geldt voor omgangsregelingen, conflicten over goederen waarop beslag is gelegd en andere gevallen waarin onbeëindigde geschillen de sociale en/of economische verhoudingen blijvend verstoren. Er zijn auteurs die bepleiten dat een langere procedure soms ook heilzaam kan werken, met name bij echtscheidingen en letsel,9 maar in dit onderzoek wordt om de hierboven genoemde redenen verondersteld dat de meeste juridische conflicten gebaat zijn bij een snelle afhandeling.
De mogelijkheid van een snelle beslissing in conflicten heeft ook een positieve schaduwwerking op geschillen die niet bij de rechter komen: er komt dan meer druk op de onderhandelingen en men wordt redelijker zodra het tijdstip van de interventie dichterbij komt.10 Al met al is tijd een belangrijke factor: niet voor niets zijn waarborgen voor een voortvarende rechtsgang vastgelegd in de artikelen 6 EVRM11
en 20 Rv.