Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/2.9.4
2.9.4 De weinig sturende rol van de Europese Commissie
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS498477:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
EU-recht laat zich echter niet op eenzelfde wijze als het nationale recht interpreteren. De wetshistorische interpretatie is niet erg bruikbaar omdat de 'wil' van de wetgever niet eenvoudig te achterhalen is: Prechal en Van Ooik 2003, p. 342.
Tenreiro 1995; The Unfair Terms Directive: Five Years On, Acts of the Brussels Conference, 1-3 juli 1999, passim. Zijn zienswijze kan echter niet worden gelijkgesteld met die van de Commissie.
Wel m.b.t. een open begrip dat invloed heeft op de handhaving van de norm: Commissie/Spanje.
Commissie/Zweden vertelt ons iets over de status van de lijst.
Het verslag van de Commissie over de toepassing van de richtlijn is in grote mate gebaseerd op CLABgegevens.
Commissie 2000, p. 31.
Deze invoering vroeg om een zekere mate van coordinatie en een speciaal ingestelde Werkgroep heeft richtsnoeren uitgevaardigd over de manier waarop de variabelen dienden te worden geïnterpreteerd: Micklitz en Radeideh 2005, p. 327. Helaas heeft zij niet kunnen voorkomen dat misleidende en soms onjuiste informatie in de databank is geslopen.
Micklitz en Radeideh 2005, p. 360.
Resp. www.eu-consumer-law.org/index.html en www.caselex.com.
83. De Commissie kan een bepaalde vorm van sturing verschaffen door in de officiële totstandkomingsdocumentatie (samen met de Raad),1 mededelingen,
brochures, verslagen en reacties op prejudiciële vragen haar zienswijze op de aard en structuur van de norm weer te geven. Vanzelfsprekend is deze sturing niet bindend. In het geval van de Richtlijn OB is deze sturing hoe dan ook zeer beperkt (en lang niet altijd eenduidig). De totstandkomingsgeschiedenis van de richtlijn bevat geen duidelijke aanknopingspunten voor de rechter. Het verslag over de toepassing van de richtlijn uit 2000 biedt ook weinig hulp bij de invulling van de oneerlijkheidsnorm. Iets meer informatie bevatten de conferenceproceedings' en de bijdragen van de voor de richtlijn verantwoordelijke Commissieambtenaar.2
De Commissie beschikt over een tweede instrument om de harmonisatie af te dwingen: het instellen van een verdragsinbreukprocedure wanneer zij van mening is dat een lidstaat een open norm op een (volgens haar) onjuiste wijze heeft omgezet. Het HvJ zal in zijn uitspraak mogelijk duidelijkheid verschaffen over de uitleg van de betreffende norm. Met betrekking tot de open oneerlijkheidsnorm heeft er echter geen inbreukprocedure plaatsgevonden.3 De overige verdragsinbreukzaken met betrekking tot de Richtlijn OB verschaffen weinig sturing bij de invulling van de centrale norm.4
Tot slot heeft de Commissie, zonder veel succes, de voor de harmonisatie gunstige rechtsvergelijking willen faciliteren. Een voorbeeld vormt het eerder aangehaalde CLAB-project, dat inmiddels is stopgezet. CLAB was niet alleen bedoeld om de controlerende taak van de Commissie met betrekking tot de omzetting van de richtlijn te vergemakkelijken (art. 9).5 CLAB had ook tot doel de harmonisatie in de praktijk te bevorderen door een 'breder' publiek inzicht te verschaffen in de manier waarop de richtlijn in andere lidstaten wordt toegepast.6 De vraag is echter of CLAB wel een geschikt hulpmiddel vormde voor de richtlijnconform interpreterende rechter die over de grens wil kijken. De belangrijkste tekortkoming van de databank was de soms inconsistente manier waarop de gegevens op nationaal niveau werden ingevoerd. Het classificatiesysteem was erg ingewikkeld en de vele variabelen bleken niet altijd op eenzelfde manier te worden opgevat.7 Sommige variabelen waren voor verschillende uitleggingen vatbaar. De Engelstalige versie van de uitspraken vormde een 'extra vertaalslag' die voor verdere onnauwkeurigheid zorgde. Daarnaast was de keuze, om uitspraken in de databank op te nemen waarop de richtlijn niet van toepassing is, zeer discutabel. Tot slot heeft de Commissie weinig gedaan om de databank te promoten.8 Veel bekendheid genoot de databank dan ook niet. Het is thans nog steeds mogelijk om kennis te nemen, zij het op beperktere schaal, van uitspraken van rechters in andere lidstaten. Dit kan door middel van het door de Commissie geïnitieerde EU Consumer Law Compendium en het commerciële Caselex.9 Beide databanken beslaan het gehele consumentenrecht en niet slechts de richtlijn.