Einde inhoudsopgave
RvdW 2009, 1199
Didu tegen Roemeniƫ.
EHRM 14-04-2009, ECLI:NL:XX:2009:BK1856
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
14 april 2009
- Magistraten
J. Casadevall, C. BĆ®rsan, B.M. ZupanÄiÄ, E.Myjer, I. Ziemele, L. López Guerra, A. Power
- Zaaknummer
34814/02
- LJN
BK1856
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:XX:2009:BK1856, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 14ā04ā2009
- Wetingang
EVRM art. 6 leden 1 en 2
Essentie
Didu tegen Roemeniƫ.
Schending van art. 6 lid 1 EVRM vanwege de buitensporige lengte van het strafproces (zes jaar en vijf maanden). Daarnaast was verzoeker in eerste aanleg vrijgesproken, terwijl het in hoger beroep vanwege het overschrijden van termijnen niet tot een uitspraak ten gronde is gekomen. Aldus kon de strafrechtelijke kwalificatie van de feiten niet worden uitgewist. Schending van het vermoeden van onschuld (art. 6 lid 2 EVRM).
Partij(en)
Didu
tegen
Roemeniƫ
Uitspraak
EHRM
ProcƩdure
1.
A l'origine de l'affaire se trouve une requête (no 34814/02) dirigée contre la Roumanie et ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.