De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.3.2.2:8.3.2.2 De essentie van de rechtsgevolgen van eindvoorzieningen
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.3.2.2
8.3.2.2 De essentie van de rechtsgevolgen van eindvoorzieningen
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS367293:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Alle eindvoorzieningen raken een of meer van de pijlers die het gedrag van de rechtspersoon beïnvloeden, namelijk de orgaanleden en de regels van de deel-rechtsorde.1
De eindvoorzieningen genoemd onder b, c en e veranderen in de eerste plaats de personele bezetting van de meest voorkomende organen van rechtspersonen. Daarnaast beïnvloeden dergelijke voorzieningen ook de regels van de deelrechtsorde. Art. 2:357 lid 3 BW bepaalt immers dat de rechtspersoon de eindvoorzieningen van de ondernemingskamer niet ongedaan kan maken. Een besluit daartoe is nietig. Indien de ondernemingskamer eindvoorzieningen treft die de personele bezetting van organen wijzigt, beperkt dat dus de bevoegdheden van de organen die normaliter de personele bezetting van deze organen kunnen beïnvloeden. Daarnaast gelden er enigszins afwijkende gedragsregels voor deze tijdelijk aangestelde functionarissen.2
De eindvoorzieningen genoemd onder a en d wijzigen in de eerste plaats de regels van de deelrechtsorde. In geval van vernietiging van een besluit dat een regel aan de deelrechtsorde toevoegt, wijzigt of schrapt, worden de regels weer zoals deze luiden voordat dit besluit werd genomen.
Tevens kunnen statutaire bepalingen tijdelijk buiten toepassing worden gelaten, gewijzigd en toegevoegd. Deze eindvoorzieningen kunnen echter ook gevolgen hebben voor de personele bezetting van de organen. Denkbaar is bijvoorbeeld dat een besluit om een bestuurder of commissaris te benoemen, te schorsen of te ontslaan wordt vernietigd. Het is ook denkbaar dat in de statuten een bijzonder orgaan is gecreëerd waarvan de leden niet zijn te beïnvloeden op de voet van art. 2:356 lid b, c of e BW. Bijvoorbeeld indien in de statuten is vastgelegd dat bepaalde (ingrijpende) besluiten de goedkeuring van een zelfstandige rechtspersoon nodig hebben, zoals een stichting of gemeente. Door middel van tijdelijk afwijken van de statuten kan dan de personele bezetting van dit orgaan worden gewijzigd.3
De ontbinding van de rechtspersoon houdt in essentie een ingrijpende wijziging in de regels van de deelrechtsorde in. Ten eerste bestaat de rechtspersoon nog louter voor zover dat voor de vereffening van haar vermogen nodig is.4 Ten tweede komen een of meer vereffenaars in functie. Voor hen gelden hele andere gedragsregels dan voor het bestuur. Vereffenaars hebben als taak om het vermogen van de rechtspersoon te vereffenen.5 Indien zij vermoeden dat de schulden de baten zullen overtreffen, dienen de vereffenaars het faillissement aan te vragen.6