Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/8.3.1.0:Inleiding
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/8.3.1.0
Inleiding
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS610262:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net als voor de vennootschapsbelasting, geldt in de Wet OB 1968 als uitgangspunt dat ondernemers zelfstandig belastingplichtig zijn. Echter, art. 7 lid 4 Wet OB 1968 bepaalt dat personen en lichamen die in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zodanig zijn verweven dat zij een eenheid vormen, voor de omzetbelasting als één ondernemer worden aangemerkt. De regeling heeft een facilitaire functie.
De basis voor de fiscale eenheid in de omzetbelasting ligt in art. 11 BTW-richtlijn 2006. Ingevolge deze bepaling is het de lidstaten toegestaan om personen die in het binnenland zijn gevestigd en die juridisch gezien wel zelfstandig zijn, maar financieel, economisch en organisatorisch nauw met elkaar zijn verbonden, samen als één belastingplichtige aan te merken. In de tweede volzin van art. 11 BTW-richtlijn 2006 is bepaald dat een lidstaat die het regime van de fiscale eenheid implementeert in haar nationale wetgeving, alle maatregelen kan vaststellen die nodig zijn om belastingfraude en -ontwijking die met een fiscale eenheid mogelijk zouden zijn, te voorkomen.