Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/314:314 Kenmerk 1: direct verband tussen de feiten en een bepaalde vordering
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/314
314 Kenmerk 1: direct verband tussen de feiten en een bepaalde vordering
Documentgegevens:
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS458300:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Lindijer 2006, nr. 550.
Rb. Amsterdam 3 mei 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA4584.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Doorgaans zal de verzoeker wel een door hem beoogde vordering in de hoofdzaak hebben omschreven in zijn verzoekschrift. Immers, juist als wél sprake is van een fishing expedition met oneigenlijke bedoelingen zal de verzoeker er alles aan gelegen zijn de rechter te overtuigen dat hij een hoofdzaak wil beginnen en dat hij daartoe ook een concrete vordering heeft.1 In een zeldzaam geval erkent de verzoeker – door eerlijkheid gedreven of door op enig moment zijn dekmantel onbedoeld op te geven – niet het oogmerk te hebben een hoofdzaak te beginnen. In een door de rechtbank Amsterdam behandelde zaak wilde de verzoekster B een voorlopig getuigenverhoor gebruiken om er achter te komen wie haar biologische vader was in verband met gezondheidsproblemen van haar en haar kinderen door getuigen te horen over de sociale context van haar moeder ten tijde van haar verwekking.2 De verzoekster gaf aan dat zij geen procedure aanhangig wilde maken, waardoor de rechtbank oordeelde dat sprake was van een fishing expedition, “die er op is gericht te hengelen naar feiten en/of omstandigheden die B wellicht in staat zullen stellen de identiteit van haar biologische vader te achterhalen”. Daarvoor is het middel van het voorlopig getuigenverhoor niet bedoeld.