De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/4.4.5:4.4.5 In de jurisprudentie ontwikkelde instrumenten
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/4.4.5
4.4.5 In de jurisprudentie ontwikkelde instrumenten
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS386108:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Door deze jurisprudentie vindt Koning het jammer dat de zinsnede uit de WOR van 1970 is geschrapt. F. Koning, ‘Interface Heuga. Van ondernemingsraad naar ondernemersraad?’, De NV 1994-72, p. 161.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige paragraaf besprak ik verschillende wettelijke bepalingen die ervoor zorgen dat de medezeggenschap in concernverhoudingen beter aansluit op de zeggenschap. In de jurisprudentie is een aantal instrumenten ontwikkeld die hetzelfde gevolg hebben. Achtereenvolgens behandel ik toerekening en medeondernemerschap. Het leerstuk vereenzelviging dat ook wel wordt toegepast, behandel ik niet apart, omdat deze naar mijn mening geen zelfstandige betekenis heeft naast het instrument medeondernemerschap.
De WOR-1970 bepaalde in art. 25 lid 1: “De ondernemer stelt, tenzij zwaarwichtige belangen van hemzelf dan wel de onderneming zich daartegen verzetten, de ondernemingsraad in de gelegenheid aan hem advies uit te brengen over een door hem of door een andere bij de onderneming betrokken persoon te nemen besluiten (..)” Het adviesrecht beperkte zich toentertijd aldus niet tot besluiten die door de ondernemer zelf werden genomen, maar strekte zich ook uit over besluiten van andere bij de onderneming betrokkenen. In 1979 is deze zinsnede weer uit de wet verdwenen, omdat die in de praktijk onduidelijk bleek. Bij de wijziging ging de regering er wel van uit dat iedere bij de onderneming betrokken persoon die een besluit neemt als bedoeld in art. 25 WOR lid 1 dit doet namens de ondernemer. De regering geeft hiermee aan dat ruimte bestaat een besluit van een ander dan de formele ondernemer te beschouwen als een besluit van de ondernemer. Dit is inmiddels ook in jurisprudentie van de Ondernemingskamer en Hoge Raad aanvaard.1 Deze jurisprudentie bespreek ik hierna.