Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/7.15:7.15 Conclusie
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/7.15
7.15 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS233007:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Certificering is een flexibele rechtsfiguur, waarmee een scheiding tussen zeggenschap en economisch belang gecreëerd kan worden waarvan de voorwaarden zijn toegesneden op de omstandigheden van een specifiek geval. De certificaathouder wordt beperkt in zijn zeggenschap, doordat hij slechts een vordering heeft die het economische belang vertegenwoordigd bij het gecertificeerde vermogen en de vruchten daarvan, terwijl de juridische eigendom bij de STAK berust. In zoverre gaat certificering dus verder dan testamentair bewind, aangezien de rechthebbende bij deze laatste figuur wel zelf juridisch eigenaar van het vermogen is.
Toetsing aan de in hoofdstuk 2 onder (a) geformuleerde civielrechtelijke toetsingscriteria, duurzaamheid en evenwicht tussen de bij certificering betrokken belangen, brengt mij tot de conclusie dat certificering aan beide criteria voldoet. Allereerst kan, in tegenstelling tot bij testamentair bewind, de scheiding tussen zeggenschap en belang bij certificering duurzaam zijn, aangezien het in het algemeen mogelijk is om niet-royeerbare certificaten te creëren. Een aandachtspunt daarbij is wel dat, indien de administratievoorwaarden als algemene voorwaarden zouden kwalificeren, een beding van niet-royeerbaarheid vermoedelijk als zijnde onredelijk bezwarend vernietigd kan worden door de (opvolgend) certificaathouder.
Certificering biedt niet slechts in het algemeen de mogelijkheid om een duurzame scheiding van zeggenschap en economisch belang te bewerkstelligen, dit kan ook zonder dat sprake is van een schending van de legitieme portie. Allereerst is de handeling van certificering geen gift, zodat hiermee bij het bepalen van de omvang van de legitieme portie geen rekening gehouden hoeft te worden. Daarnaast is een verkrijging van certificaten niet inferieur, althans niet indien sprake is van een verkrijging als erfgenaam. Indien de beoogde verkrijgers van de certificaten legitimarissen zijn, verdient het derhalve de voorkeur om hen de certificaten als erfgenaam te laten verkrijgen in plaats van als legitimaris.
Daarnaast biedt de flexibiliteit van de stichting, die doorgaans gebruikt wordt om te fungeren als administratiekantoor, de mogelijkheid om een regeling te treffen die het evenwicht bewaart tussen de bij de certificering betrokken belangen: het belang van de insteller, in de vorm van het doel van de certificering, het belang van de certificaathouder, in de vorm van toegang tot en zeggenschap over het vermogen, maar ook controle over de beheerder, en ten slotte de beheerder zelf, in de vorm van de mogelijkheid om zijn taak naar behoren te vervullen. De statuten van een STAK en de administratievoorwaarden kunnen zo worden ingericht dat aan al deze belangen recht wordt gedaan, waarbij de insteller de mogelijkheid heeft om in dit evenwicht een bepaald belang sterker te ondersteunen. Van belang is vooral om, aangezien de basisregeling die de wet op dit punt biedt vrij beperkt is, als men certificeert aandacht te besteden aan een regeling voor dit evenwicht en de balans die men daarin als insteller zoekt.
Concluderend is certificering derhalve, althans vanuit civielrechtelijk perspectief, mijns inziens geschikt als beschermingsfiguur.