Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/2.3.2.3.3
2.3.2.3.3 Fiscaliteit
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633771:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Wel bestaat een lijst van bij CIO aangesloten kerkgenootschappen, waarvoor het CIO met de Belastingdienst een handhavingsconvenant heeft gesloten. Zie voor deze lijst NTFR 2007/2178.
Kamerstukken II 1989/90, 21335, nr. 5, p. 3, te raadplegen via http://www.statengeneraaldigitaal.nl/.
Kamerstukken IIKamerstukken II 2008/09, 31930, nr.3, p. 17.; Kamerstukken I 2011/12, 33003, G, p. 11.
Hof Amsterdam 17 oktober 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:3338, V-N 2014/6.1.2
Hoge Raad 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3565, V-N 2014/65.21.
Hof Den Haag 21 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2105:2875, V-N 2015/65.1.2, r.o. 8.8.
Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AN7741, r.o. 3.3.
Een scherpomlijnde definitie van in de fiscale wet gebruikte begrippen religie en kerkelijke instelling ontbreekt.1 Volgens de staatssecretaris van Financiën Amelsfoort is dit vanwege de pluriformiteit van de Nederlandse samenleving. De staatssecretaris was er echter van overtuigd dat dit soort begrippen in de praktijk niet tot grote interpretatieproblemen zouden leiden.2 Wel geeft de parlementaire geschiedenis expliciet aan dat onder het begrip religieuze of kerkelijke instellingen geen organisaties vallen die zich voor een belangrijk deel bezighouden met actievoeren of (semi) commerciële activiteiten en dat kerken en kerkelijke instellingen niet in de rubriek ‘cultuur’ horen.3
De uitleg van het concept religie wordt dus aan de rechter overgelaten. Geen gemakkelijke taak voor de rechter zoals blijkt uit de jurisprudentie over de SKA. Hoewel niet in geschil was of SKA een religieuze dan wel levensbeschouwelijke instelling is (r.o. 5.2), leid ik uit diverse overwegingen van Hof Amsterdam4 af dat dit hof van oordeel is dat scientology een religie is. Zo spreekt het hof over ‘andere kerkelijke instellingen’, ‘geloofsbelevenis’ en ‘het geloof’ (r.o. 5.4), ‘andere kerken’ (r.o, 5.5.) en ‘kerkelijke activiteiten’ (r.o. 5.6). Het hof licht echter niet toe waarom het tot deze conclusie komt. Uit de statuten van de SKA zou scientology net zo goed een spirituele beweging kunnen zijn (‘spirituele groei’, ‘spirituele obstakels’, ‘spirituele trauma’s; r.o. 2.2-2.5). Noch de Hoge Raad5 noch het verwijzingshof Den Haag gaat hier echter op in. Hof Den Haag overweegt alleen dat het in hoger beroep onbestreden is dat SKA als een kerkelijke of levensbeschouwelijke instelling is aan te merken.6 Ook in een eerdere uitspraak laat de Hoge Raad in het midden of SKA een kerkelijke dan wel een levensbeschouwelijke instelling is.7