Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/4.2.3.1
4.2.3.1 Partnerschaft
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS588073:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Weimar 1997, p. 1774; Salger in Münchener Handbuch 2004, § 36, Rdnr. 7 en 9 en § 37, Rdnr. 1-8; Hirtz in Henssler/Strohn 2014, PartGG § 1, Rdnr. 2.
PartGG, art. 2 lid 1. Hirtz in Henssler/Strohn 2014 , PartGG § 2, Rdnr. 2-10; Meilicke in Beck’sche KK/PartGG 2015, § 2, Rdnr. 2-8.
PartGG, art. 2 lid 2 (schakelbepaling) jo. HGB, art. 21. Hirtz in Henssler/Strohn 2014, PartGG § 2, Rdnr. 14; Meilicke in Beck’sche KK/PartGG 2015, § 2, Rdnr. 16-17.
PartGG, art. 3.
PartGG, art. 4, 5 en 7. Salger in Münchener Handbuch 2004, § 36, Rdnr. 17, § 37, Rdnr. 8 en § 38, Rdnr. 26; Hirtz in Henssler/Strohn 2014, PartGG § 7, Rdnr. 2-7; Meilicke in Beck’sche KK/PartGG 2015, § 7, Rdnr. 4-12.
PartGG, art. 1 lid 1.
PartGG, art. 1 lid 2. Salger in Münchener Handbuch 2004, § 36, Rdnr. 19-22 en § 39, Rdnr. 1-26; Hirtz in Henssler/Strohn 2014, PartGG § 1, Rdnr. 17-33; Lenz in Beck’sche KK/PartGG 2015, § 1, Rdnr. 28-79.
Lenz in Beck’sche KK/PartGG 2015, § 1, Rdnr. 81 en 83-109.
PartGG, art. 1 lid 1, laatste volzin.
PartGG, art. 8 lid 1.
PartGG, art. 8 lid 2. Salger in Münchener Handbuch 2004, § 43, Rdnr. 15-16; Hirtz in Henssler/Strohn 2014, PartGG § 8, Rdnr. 1, 2 en 13-22; Graf von Westphalen in Beck’sche KK/PartGG 2015, § 8, Rdnr. 49-81.
Salger in Münchener Handbuch 2004, § 43, Rdnr. 14-16.
Salger in Münchener Handbuch 2004, § 43, Rdnr. 6-8; Graf von Westphalen in Beck’sche KK/PartGG 2015, § 8, Rdnr. 4.
PartGG, art. 8 lid 3. Salger in Münchener Handbuch 2004, § 36, Rdnr. 16 en § 43, Rdnr. 17-19; Hirtz in Henssler/Strohn 2014, PartGG § 8, Rdnr. 23-27; Graf von Westphalen in Beck’sche KK/PartGG 2015, § 8, Rdnr. 82-100.
Over het begrip Begründung, zie 3.2.4.2.
Salger in Münchener Handbuch 2004, § 43, Rdnr. 3-4; Hirtz in Henssler/Strohn 2014, PartGG § 8, Rdnr. 10; Graf von Westphalen in Beck’sche KK/PartGG 2015, § 8, Rdnr. 39-43.
PartGG, art. 10 lid 2 jo HGB, art. 159 en 160. Salger in Münchener Handbuch 2004, § 43, Rdnr. 5; Hirtz in Henssler/Strohn 2014, PartGG 10, Rdnr. 7-8; Graf von Westphalen in Beck’sche KK/PartGG 2015, § 8, Rdnr. 18-19; Hoffmann in Beck’sche KK/PartGG 2015, § 10, Rdnr. 37-47. Over de restaansprakelijkheid bij de OHG, zie 3.2.4.2.
Salger in Münchener Handbuch 2004, § 43, Rdnr. 9.
Pathe in Münchener Anwalts Handbuch 2015, § 2, Rdnr. 10.
Hirtz in Henssler/Strohn 2014, PartGG § 1, Rdnr. 5; Lenz in Beck’sche KK/PartGG 2015, § 1, Rdnr. 7-10.
Hirtz in Henssler/Strohn 2014, PartGG § 1, Rdnr. 5; Lenz in Beck’sche KK/PartGG 2015, § 1, Rdnr. 6. Over het begrip Gewerbe, zie 3.2.4.1. Belastingadviseurs, accountants en apothekers kunnen wel van de personenhandelsvennootschappen gebruik maken.
De Partnerschaft is een Auβengesellschaft, net als de Auβen-GbR en de OHG. Zij is dus geen rechtspersoon, maar wel rechtsfähig.1 De Partnerschaft heeft een gezamendehands vermogen. Haar naam moet ten minste de achternaam van een van de vennoten, de toevoeging “und Partner” of “Partnerschaft” en een aanduiding van het uitgeoefende beroep bevatten. Zij mag niet de naam bevatten van iemand die geen vennoot is.2 Bij uittreden van de vennoot wiens naam in die van de Partnerschaft is opgenomen, hoeft deze haar naam niet te wijzigen.3 De vennootschapsovereenkomst moet schriftelijk worden aangegaan en daarin moeten worden opgenomen de naam en zetel van de Partnerschaft, het erin uitgeoefende beroep, haar doel, en de naam en woonplaats van iedere vennoot.4 Voor de werking van de Partnerschaft tegenover derden is inschrijving in een openbaar register, het Partnerschaftsregister vereist. Totdat de inschrijving is geschied, heeft de ‘Vor-Partnerschaft’ de status van GbR.5
De Partnerschaft is uitsluitend bestemd voor gezamenlijke uitoefening van een vrij beroep. Er mag geen bedrijf (Handelsgewerbe) in worden uitgeoefend.6 De wet geeft een uitvoerige omschrijving van wat onder vrij beroep wordt verstaan en een niet-limitatieve lijst.7 Het gaat onder meer om artsen, tandartsen, architecten, advocaten, vertalers, journalisten, kunstenaars, schrijvers en leraren. Wat de vennootschapsrechtelijke consequenties zijn, als in een Partnerschaft niet alleen vrije-beroepsactiviteiten plaatsvinden, maar ook andere activiteiten, is niet duidelijk.8 Alleen natuurlijke personen die actief hun beroep uitoefenen, mogen vennoot van een Partnerschaft zijn.9
De Partnerschaft kent een partial shield aansprakelijkheidsregime. Net als bij Auβen-GbR en OHG zijn de vennoten naast de Partnerschaft als Gesamtschuldner aansprakelijk voor de verbintenissen van de vennootschap,10 maar de Partnership kent een uitzondering op deze regel. Voor zover slechts bepaalde vennoten met de behandeling van een opdracht waren belast, zijn alleen zij voor beroepsfouten naast de Partnerschaft aansprakelijk; bijdragen aan de vervulling van de opdracht van ondergeschikt belang zijn uitgezonderd.11 Men spreekt in dit verband van Haftungskonzentration. De aansprakelijkheidsbeperking voor beroepsfouten van medevennoten betreft zowel wanprestatie als onrechtmatige daad. Het gaat hierbij slechts over de accessoire persoonlijke aansprakelijkheid voor vennootschapsschulden. Eventuele verdergaande aansprakelijkheid op grond van toerekening van een beroepsfout aan de vennoot zelf, is niet beperkt.12
Deze regeling voor beperkte aansprakelijkheid geldt sinds 1998. Het oorspronkelijke regime van de Partnerschaft, dat gold vanaf de invoering van deze rechtsvorm tot 1998, hield in dat de vennootschap schriftelijk een aansprakelijkheidsbeperking met haar wederpartijen mocht overeenkomen die inhoudelijk gelijk was aan de zojuist beschreven wettelijke aansprakelijkheidsbeperking.13 In die fase ging het dus om een limited-recoursebeding van contractuele aard en nog niet om de aansprakelijkheidsbeperking die voortvloeit uit de hoedanigheid waarin vennoten handelen, zoals die thans geldt.
Terug naar de huidige regeling. Het Partnerschaftsgesellschaftsgesetz kent geen in een geldbedrag uitgedrukte maximumaansprakelijkheid voor beroepsfouten. Een dergelijk Haftungsdeckel kan wel voortvloeien uit wetgeving die op specifieke beroepen van toepassing is.14
De nieuwe vennoot van een Partnerschaft wordt net als bij de OHG aansprakelijk voor schulden van de vennootschap die op het moment van zijn toetreden begründet zijn.15 Betreft het aansprakelijkheid van de vennootschap wegens een van voor het toetreden daterende beroepsfout, dan kan de nieuwe vennoot profiteren van de besproken Haftungskonzentration.16 Dit geldt niet, als hij (mede) wordt belast met een lopende opdracht. In dat geval kan hij zelfs aansprakelijk zijn voor schade voortvloeiend uit een fout die al voor zijn toetreden is gemaakt en die hij niet meer corrigeren kon.17 Treedt een vennoot uit de Partnerschaft, dan zijn op de restaansprakelijkheid de OHG-regels uit het HGB van overeenkomstige toepassing.18
De eigen rechtssubjectiviteit van de Partnerschaft brengt ook mee dat de cliënt die een opdracht aan de vennootschap heeft gegeven en door de beroepsfout is benadeeld, primair de vennootschap zelf, in het vennootschapsvermogen, kan aanspreken. Bij grote, niet door de verzekering gedekte claims betekent dit dat vennoten die niet in privé voor de door hun collega’s gemaakte beroepsfouten kunnen worden aangesproken, toch zullen moeten bijdragen. Immers, het gehele vennootschapsvermogen is voor de claim aansprakelijk en als dat een grote claim is, zal uit het vennootschapsvermogen weinig overschieten voor de overige schuldeisers van de vennootschap. De ‘onschuldige’ vennoten blijven volledig jegens die overige schuldeisers aansprakelijk in hun privévermogen. In de consultatie met beroepsgroepen die tijdens de voorbereiding van het Partnerschaftsgesellschaftsgesetz heeft plaatsgevonden, is gezegd dat dit niet als groot bezwaar wordt gezien.19 Maar de aantrekkingskracht van Partnerschaft en Partnerschaft op vrije beroepsbeoefenaren is in de praktijk beperkt, vanwege het bescheiden karakter van de aansprakelijkheidsbeperking.20 De weerstand die bij de introductie van de Partnerschaft in 1995 nog bestond tegen de vrijeberoeps-GmbH is inmiddels grotendeels overwonnen, behalve in de artsenij.21 De GmbH & Co. KG is voor de meeste vrije beroepen, waaronder advocaten, niet beschikbaar, vanwege het ontbreken van een Gewerbe.22