Einde inhoudsopgave
Medezeggenschap en spanning tussen WOR en Ondernemingsrecht (VDHI nr. 117) 2013/
Inleiding
Mr. J.J.M. van Mierlo, datum 01-08-2013
- Datum
01-08-2013
- Auteur
Mr. J.J.M. van Mierlo
- JCDI
JCDI:ADS489871:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Voetnoten
Voetnoten
In de arbeidsovereenkomst komt het element leiding-ondergeschikte tot uiting. Een van de kenmerken van de arbeidsovereenkomst is immers een gezagsverhouding (vgl. de woorden ‘in dienst’ in art. 7:610 BW dat de definitie van een arbeidsovereenkomst bevat), en een instructierecht van de werkgever (art. 7:660 BW).
Kamerstukken II 1969-1970, 10 335, nr. 3, p. 15.
Voorbeelden zijn maatschappen en andere personenvennootschappen, en religieuze gemeenschappen e.d.
Kamerstukken II 1969-1970, 10 335, nr. 3, p. 15. Dergelijke samenwerkingsverbanden vallen pas onder het bereik van de wet indien binnen de door hen gedreven onderneming óók werknemers krachtens arbeidsovereenkomst werkzaam zijn. Heeft bijvoorbeeld een advocatenmaatschap meer dan 50 werknemers in dienst, dan is die maatschap op grond van art. 2 lid 1 WOR verplicht een ondernemingsraad in te stellen.
Wet van 13 april 1995, Stb. 231.
Het vraagstuk van medezeggenschap betreft de verhouding werkgever-werknemer of, nog ruimer geformuleerd, de verhouding ondernemingsleiding-ondergeschikten. Om het toepassingsbereik van de wet daartoe beperkt te houden, is in 1971 in de definitie van het begrip onderneming opgenomen dat daarin krachtens arbeidsovereenkomst gewerkt wordt.1 Overeenkomstig SER-advies 1968/13 is het de bedoeling van de wetgever geweest alle complexe organisaties waarin mensen in hiërarchisch verband samenwerken, onder het bereik van de Wet op de ondernemingsraden te brengen.2 De wet is niet van toepassing op samenwerkingsverbanden waarin op basis van gelijkwaardigheid wordt gewerkt,3 vanzelfsprekend behoudens het geval waarin binnen de door een dergelijk verband gedreven onderneming óók werknemers krachtens arbeidsovereenkomst werkzaam zijn.4 Sinds de Wet op de ondernemingsraden ook van toepassing is op de overheid,5 is in de definitie van onderneming ook sprake van ‘krachtens publiekrechtelijke aanstelling’.