De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.2.1:2.2.1 Inleiding, definitie van de VOF
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.2.1
2.2.1 Inleiding, definitie van de VOF
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS390614:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
PHR 7 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:CA3786, onder 3.5.
HR 4 november 1942, NJ 1942/773 en Hof Amsterdam 5 november 1954, NJ 1955/383.
Vgl. de parlementaire geschiedenis van het ingetrokken Wetsvoorstel personenvennootschappen: Kamerstukken II 2003/04, 28746, 5, p. 19.
Zie Mathey-Bal 2013-II.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het ontstaansmoment van de VOF is het moment waarop tussen partijen wilsovereenstemming is bereikt over het sluiten van een overeenkomst die aan de kenmerken van een VOF voldoet.1 De definitie van vennootschap onder firma is te vinden in art. 16 WvK:
‘De vennootschap onder eene firma is de maatschap, tot de uitoefening van een bedrijf onder eenen gemeenschappelijken naam aangegaan.’
Een maatschap is volgens art. 7A:1655 BW:
‘eene overeenkomst, waarbij twee of meerdere personen zich verbinden om iets in gemeenschap te brengen, met het oogmerk om het daaruit ontstaande voordeel met elkander te deelen.’
Een rechtsverhouding moet, gelet op deze definities en de uitwerking daarvan in de jurisprudentie, voldoen aan de volgende vijf vereisten, wil zij kwalificeren als VOF:
Er is een overeenkomst tot samenwerking op basis van gelijkwaardigheid;
Partijen hebben het oogmerk van te delen vermogensrechtelijk voordeel;
Iedere vennoot verplicht zich om iets in gemeenschap te brengen;
Er wordt een bedrijf uitgeoefend (althans daartoe strekt de overeenkomst) en
Er is een gemeenschappelijke naam.
Als aan een van de onder 1 tot en met 3 genoemde vereisten niet is voldaan, dan is er geen sprake van een maatschap en dus ook niet van een VOF als gekwalificeerde vorm van maatschap. De gesloten overeenkomst is hiermee echter niet per definitie ongeldig; de geldigheid is afhankelijk van wat de vennoten hebben beoogd.2 Was de overeenkomst volgens haar strekking niet gesloten onder de voorwaarde dat het een vennootschapsovereenkomst moest zijn, dan kwalificeert de vermeende vennootschapsovereenkomst in beginsel als een overeenkomst van andere aard.3 Zij kan kwalificeren als een onbenoemde overeenkomst sui generis4 of als een andere (benoemde) overeenkomst. Was daarentegen bijvoorbeeld het bewerkstelligen van een afgescheiden vermogen een belangrijke reden voor het aangaan van de vermeende vennootschapsovereenkomst, dan had de wetenschap dat de vennootschap niet tot stand zou komen partijen van het sluiten van de overeenkomst kunnen weerhouden, zodat de overeenkomst wegens het ontbreken van wilsovereenstemming mogelijk ongeldig is.5
Is aan de eerste drie vereisten wel voldaan, maar aan (een van) de onder 4 en 5 genoemde vereisten niet, dan is geen VOF ontstaan, maar een ‘gewone’ maatschap. Van dit laatste is bijvoorbeeld sprake als het samenwerkingsverband wel onder gemeenschappelijke naam optreedt, maar strekt tot uitoefening van een beroep; dit wordt wel een openbare maatschap genoemd. Wordt niet collectief naar buiten toe opgetreden, dan is er sprake van een stille maatschap,6 ongeacht of er sprake is van beroepsuitoefening of bedrijfsuitoefening.