Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/1.1:1.1 Inleiding
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/1.1
1.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859234:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het leerstuk van onwaardigheid kent een lange geschiedenis. In het oud-vaderlandse recht zijn hiervan al sporen terug te vinden. Hetzelfde geldt voor het Romeinse recht, welk recht een grote stempel heeft gedrukt op de ontwikkeling van dit leerstuk. Nog altijd zijn invloeden van het Romeinse recht terug te vinden in de huidige onwaardigheidsbepaling, artikel 4:3 BW. Ook recentere geschiedenis is van betekenis voor een gedegen en volledig beeld van artikel 4:3 BW. De historische ontwikkelingen tot de invoering van het huidige Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek worden daarom in dit hoofdstuk besproken.
Het hoofdstuk vangt aan met een enkele algemene opmerking over de bevoegdheid om te erven (par. 1.2). Daarna wordt het fundament verstevigd door uitgebreid in te gaan op de ratio van onwaardigheid (par. 1.3). De ratio vormt een belangrijke bouwsteen in het onderzoek waar vaak op wordt teruggevallen. Vervolgens wordt stilgestaan bij het oud-vaderlandse recht (par. 1.4). Daarna komt de codificatie van onwaardigheid in de periode 1798-1838 aan de orde (par. 1.5). Tot slot wordt aandacht besteed aan onwaardigheid in de periode 1838-2003, de tijd van het Oud Burgerlijk Wetboek (OBW) (par. 1.6). Het hoofdstuk sluit af met een korte conclusie (par. 1.7).